Sex in ijmuiden lekkende kut

sex in ijmuiden lekkende kut

Erotische massage thuis sex maatje gezocht

Daarna kwamen nieuwe klachten over intimiderend hard kloppende collega's, die riepen of het daar binnen nog lang ging duren, daar zij een belangwekkend artikel hadden te scheppen voor de krant van morgen en vóór het avondeten. Jij geeft toch alleen de bioscoopagenda door? Het leek er onderhand de Stoofsteeg. Bezet was bezet, had de hoofdredacteur verordonneerd, geen gekke gezichten meer op de gang en geen klop meer op de deur.

Dat zal ongeveer de laatste keer zijn geweest dat er nog naar hem werd geluisterd. De rust keerde eindelijk weerom. Depressieve collega's konden er vanaf toen zelfmoord plegen, dat de portier het pas na een paar dagen 's nachts op zijn ronde begon te ruiken.

Onder druk der omstandigheden hadden de eerste. Behalve als ze een stagiaire hielpen bij een diepgravende analyse van de politieke situatie in de Centraal Afrikaanse Republiek of elders ver weg, dan nam hij haar even voor een uurtje apart in een louche hotel. De hoofdredactie probeerde paal en perk aan de nieuwe tijd te stellen maar er was geen houden aan sinds in het hele bedrijfsleven de thuiswerker werd gepredikt als de oplossing voor elk probleem in de logistieke sferen. Op de meeste kantoren kwam het nog niet helemaal uit de verf.

Het zijn altijd dezelfde luieriken die het liefst thuis niets uitvoeren, klaagden de collega's van de administratie, die onvermijdelijk op tijd op de zaak aanwezig moesten zijn, anders liep de hele tent in het honderd. Maar op de krantenredacties, met al die eigen baasjes die zich specialisten noemden, liefst op hele kleine gebieden, wisten ze al gauw niet beter. Helemaal als het mooi weer was, kon je een kanon afschieten op de redactie zonder één klacht over het lawaai.

Vanzelf lieten de eersten ook de post thuis bezorgen die zij niet aan collega's toevertrouwden: De specialist stripverhalen werkte al een half jaar bij de concurrent toen ze er op zijn oude krant achter kwamen dat ze van de uitgevers nooit meer een stripboek ter recensie ontvingen. Vanwege de voortschrijdende techniek kregen ze op kantoor een verplichte tikpauze voorgeschreven teneinde een immer loerende aanval van RSI te voorkomen.

Waar was de onbekommerde tijd gebleven van de eindredacteur die er elke avond op eigen kosten een halve fles jenever. En die collega's stiekem bijvulden met water. En toch niet meer taalfouten dan in de andere kranten. Overleg moest steeds vaker georganiseerd worden met herhaalde elektronische convocaties, want er werd onderling nauwelijks meer gepraat, laat staan gediscussieerd, en dan nog was het afwachten of er iemand kwam opdagen. De hoofdredacteur voorkwam dat de grootste en meest tijdrovende lastposten aanwezig waren door ze geen uitnodiging te sturen en dan later te klagen over een computerstoring.

Er werd niets nagelaten om de journalist zijn prachtige statuur te ontnemen. Het hol moest elke avond laat door de schoonmakers worden uitgemest.

De volgende dag zorgden de bureauredacteuren ervoor dat het er vanzelf weer een zwijnenstal werd. Niemand voelde zich er verantwoordelijk voor de verfrommelde kranten, niet voor de half opgegeten broodjes kaas, niet voor de rook, niet voor de ruimschoots gemorste thee, niet voor de half gesmolten plastic koffiebekertjes die als asbak werden gebruikt, niet voor de plukken shag op tafel en op de grond, niet voor de goudkleurige herenstring die er op een avond werd gevonden.

Alsof ze tot hun volle tevredenheid in een vuilnisvat zaten te roken en te roddelen. Over de krant ging het nog maar zelden. Elk had zijn eigen deskundigheid en steeds vaker zijn eigen streng afgeperkte werkterrein waar geen ander zich op mocht wagen.

De specialist asielzoekers viel niet harder te beledigen dan 'm aan te spreken op nieuws over. Als hij met vakantie ging dan was er gewoon drie weken lang geen asielzoekersnieuws. Niemand voelde zich meer aansprakelijk voor het geheel of nauw betrokken bij de dagelijkse gang van zaken. Hun krant was het al amper meer en het zou alleen maar minder worden.

Als ze het met elkaar ergens over hadden dan was het over de zorgelijk stijgende benzineprijs, nieuwe automodellen en vermoedelijke relaties van collega's. Het rookhol was de stinkende voorbode van het complete journalistieke verval.

Die had van de directie wel wat anders aan zijn hoofd gekregen dan de zorgen over de toestand van de journalistiek bij hem op kantoor. Bovendien viel zijn kamer niet onder het strenge rook- en drankprotocol. Hij kwam nog zo min mogelijk naar buiten. Henri Knap was gestopt met roken nadat een collega hem op luide toon had gevraagd waar de reis nu weer heen ging: Toen had hij al de klaagzang te pakken van de gestopte roker, die zich af en toe ook wilde verpozen onder collega's zonder dat er meteen 'ssst' geroepen werd vanaf het belendende bureau.

Voormalige rokers die jarenlang de lucht hadden vergiftigd voor hun collega's werden de. Na volop mislukte pogingen ter gelegenheid van een reeks jaarwisselingen, waaruit in sommige geledingen van de familie zijn voor de journalistiek typerende karakterloosheid werd verklaard, bleek het stoppen met roken onder deze omstandigheden voor Henri Knap een fluitje van een cent.

In de maanden dat Knap het afgelopen jaar mismoedig had gezocht naar een nieuwe baan, was blijkbaar de volgende fase aangebroken. Bij de Hollandsche Nieuwe waren alle redacteuren op de redactiezaal van elkaar gescheiden met geluidwerende kappen over de bureaus. Alsof iedereen zijn eigen telefooncentrale beheerde en er geen redactiezaal meer bestond. Onderling werden alleen nog beleefdheden gemompeld. Theoretisch mocht er het een en ander veranderd zijn, praktisch keerde het onaangename solitaire kantoorregime uit de tijd van Charles Dickens weerom.

Uit een ooghoek zag hij de hoofdredacteur van de Hollandsche Nieuwe stampend uit zijn kamer tevoorschijn komen. Nog zoiets dat nooit bij een krant had gehoord.

Hoofdredacteuren en journalisten op leeftijd waren magere, breekbare mannetjes geweest, zichtbaar geteisterd door stress, tabak, alcohol en vreemde vrouwen. Sloffend en in een slecht zittend pak van de Wehkamp, want daar kregen ze korting via de vakbond. Ontevreden over het leven, nauwelijks content met zichzelf. Als er eens een de 65 haalde werd dat als een onverwachte strop ervaren door het pensioenfonds.

Lücker, die doorgaans alleen op de werkvloer verscheen omdat er geen andere weg naar buiten was behalve een sprong door de dubbele beglazing, een mindere keuze op zeventien hoog, stampte met gebalde vuisten, recht op zijn redactiechef af, alsof hij deel uitmaakte van een exotisch trompettercorps bij de Taptoe Delft. De hoofdredacteur erkende slechts de commandolijn die begon bij Henri Knap, de enige van het stel die tenminste bruikbare ervaring had opgedaan bij een echt dagblad.

Knap legde juist alles gereed om met de nieuwe krant te kunnen beginnen en vooral de oude te vergeten. Lückers frenetieke bewegingsritme vormde een passende combinatie met zijn kale kop, gelijkend op een onbekende ruige diersoort waar in het voortraject een aap aan te pas moest zijn gekomen.

Die ogen, die neus en die mond, ze bewogen geheel op eigen houtje als hij sprak. En ze misstonden dan weer volledig bij zijn strak gesneden maatkostuum met de onvermijdelijke krijtstrepen, de glimmende vaak roze stropdas en de smalle lichtbruine brogues van euro; twee paar dezelfde, onlangs onder dwang van zijn vriendin aangeschaft tijdens een kooptocht te Milaan.

Aan zo iemand konden ze onmiskenbaar niet eens het weerbericht overlaten. Knap had zich al een paar keer voorgenomen hem te waarschuwen dat hij zijn optreden moest aanpassen aan de status van zijn nieuwe bedrijf.

Maar als het er op aan kwam. Op diens eigen onbehouwen manier was hij immers ook De Keukenkolos geworden, de van de Ster-reclame en een doe het zelf-programma landelijk bekend geworden brutale baas van de winkelketen, die hij een jaar terug voor een reusachtig bedrag van de hand had gedaan aan een roedel Britse blufkapitalisten. Die waren onderhand bezig alles te ontwarren om de ene vestiging na het andere magazijn voor de prachtigste bedragen aan Lückers voormalige concurrenten te verkopen.

Keukens hier, badkamers daar. Lücker had er danig de pest over in. Zijn tijdens jaren van hard werken opgebouwde imperium werd verhandeld als een keten van profijtelijke onroerend goed transacties. Het kapitalisme is de weg volledig kwijt. Het ging na al die maanden nog steeds niet goed met zijn gratis krant die hij voor een zacht prijsje had overgenomen van een oude vrijgezelle entrepreneur, zoals dat in zijn kringen heette, die geen zin meer had in wat ooit een familiebedrijf was geweest met voor elke gemeente van enige omvang een.

Lücker had van het pakket huis-aan-huis bladen een gratis landelijk dagblad gemaakt. Volgens onderzoek was er in vergelijking met andere welvarende Europese landen nog volop ruimte in dat segment. Marktonderzoekers, je kon ze alles vragen en elk gewenst antwoord krijgen. Het was ook goed voor de verse almachtige god van de voorspoed: En hij wilde iets om handen hebben. Hij wilde weer een tent waar hij de vakken naar eigen believen kon vullen, zonder dat hij er een vakopleiding voor nodig had.

Knap keek hem vaak meewarig na: Maar, gaf hij toe, de directeur van Philips hoefde ook geen gloeilamp in elkaar te kunnen zetten om toch voor een miljoenensalaris te functioneren. Als het voetvolk maar de gevraagde beroepsopleiding had gevolgd en dan maar met iets minder maandloon tevreden was. Lücker, die geweld van plan leek, was tot stilstand gekomen naast Knap, die mismoedig voor zich uit keek.

Was er bij de Hollandsche Nieuwe eindelijk een weliswaar groezelige primeur te vieren, verscheen de hoofdredacteur nog met die grimmige kop van 'm. Lücker wees dwingend op de compromitterende exclusieve foto van Johnny Walker, die dit seizoen wekelijks het populaire vulgaire tv-programma 'Hebbes! Ik dacht al dat de mijne vreemd ging' presenteerde.

Ieder probleem dat elk fatsoenlijk mens tot voor kort zo lang mogelijk binnen de eigen vier muren probeerde te houden, tot er onontkoombaar met huisraad werd gesmeten en de politie er bij te pas kwam, was tegenwoordig rijp voor een ontluisterende televisieshow waar smakelijk om gelachen werd in miljoenen huiskamers. Het leek alsof elke aflevering rustte. Vaak moesten ze ondertiteld worden, want ze kwamen zelden uit de grote stad. Nooit twee frappant mooie mensen of een patserige directeur met zijn spetterende secretaresse.

Zo'n stel werd altijd met de verborgen camera betrapt op een sjofele motelkamer. Vloeken, tranen, vaak scheldkanonnades van de verraden partij, die altijd met de cameraploeg mee kwam, vleugje bloot, soms dreigende klappen en Walker erbij om alles gierend van de pret van extra ranzig commentaar te voorzien. Geen mens had in de gaten dat vrijwel alle incidenten in scène waren gezet. Het was een gouden format, wist de producent. Er meldden zich elke week voldoende kandidaten om er een geloofwaardig avondvullend programma van te maken, maar hij liep liever geen juridische risico's met de privacy en wat er tegenwoordig al niet meer tegen de vrijheid van meningsuiting werd verzonnen.

Trouwens, de afleveringen moesten ook nog gedurende vele jaren overdag herhaald kunnen worden op een van de vier andere netten die de zender te vullen had.

Want bij de tiende vertoning, op een verloren middaguur, als alleen nog een paar Alzheimerpatiënten vol verbazing toekeken, waren er nog steeds voldoende adverteerders van naam en faam die er hun spotje bij wilden zetten.

Zo zag een moderne goudmijn er uit. De Hollandsche Nieuwe had binnenin nog een tweede, kleinere foto van Johnny Walkers samenzijn, plus de laatste regels van een onnozel bericht waar eigenlijk alleen in beschreven werd wat er op de foto's te zien was. Eigenlijk niet gek veel bijzonders. De grootste sterren legden hun intiemste escapades voor alle zekerheid vanaf de eerste voorzichtige kus vast op foto of film, zodat ze de beelden naar internet konden laten lekken als het wat stroever liep met hun scheiding of hun carrière.

De nippleslip, een quasi toevallig zichtbaar tepeltje, was iets voor soapsterretjes van amper 18 jaar oud en toch al een heuse relatie met een ervaren knar uit het vak. Pedofilie, daar werd in het filmbedrijf heel anders tegenaan gekeken. Iets oudere filmsterren waren vaker, verdorie nog aan toe, helemaal vergeten dat ze hun onderbroek thuis hadden laten liggen als de dames zich voor het front van flitsende fotografen zo onelegant mogelijk aan hun Hummer trachtten te ontworstelen.

De echte profs hadden een complete, goed verstaanbare, fraai uitgelichte copulatie in een luxe hotelkamer met hemelbed gereed; ze deden het desondanks op het vloermatje. Allemaal begrepen ze desgevraagd nooit hoe die beelden in vredesnaam voor eeuwig op internet terecht hadden kunnen komen.

Onbegrijpelijk dat ze tijdens de opnamen niets gemerkt hadden. Heel erg vonden ze het, gênant gewoon voor hun ouders en voor hun drie kinderen van even zoveel verschillende vaders. Over schadeclaims vernam men slechts bij hoge uitzondering. Als ze hun hondje kwijt waren, schreeuwden ze moord en brand en boden in het lokale tv-journaal duizenden euro's om het.

Maar zo'n filmpje, ach, het was weliswaar in hun blote gat en d'r werd houterig in geacteerd, maar ook dan bleef het gratis publiciteit.

De uitgelekte foto's van Johnny Walker gaven de lezer van de Hollandsche Nieuwe het prikkelende gevoel een wettelijk gedoogde voyeur te zijn. Er bestond slechter kosteloos divertissement om de dagelijkse saaie reis naar kantoor mee te veraangenamen. En dan ging het hun niet eens om het bloot en de daad, daar zat internet vol mee.

De sensatie was dat Johnny Walker duidelijk zichtbaar niet met een van zijn doorgaans ordinaire sportschoolvriendjes te bed was geraakt. Voor een actiefoto van zo een workout was zelfs een gratis krant nog niet rijp. In dat geval had moeten worden volstaan met een ongeïllustreerd bericht waarin de nieuwe liefde alleen een non-descripte voornaam kreeg. De juichende kop 'Hebbes! Johnny was overgestapt naar het kamp van de echte mannen. Knap keek hem verbaasd aan.

Niet eerder had die keukenboer zich zo openlijk met de dagelijkse gang van zaken op zijn eigen krant bemoeid.

Waarom zouden ze morgen meer van dit hebben? Hij wist het nu toch? Artikel 1 van Lückers redactionele wetboek luidde niet voor niets: Tot Knaps verbazing bleken nogal wat gediplomeerde journalisten zich daar helemaal in te kunnen vinden. Henri Knap hield het bij een professionele reactie, want daarmee voorzag hij in zijn dagelijkse onderhoud. Het zou mij niet verbazen als zij die plaatjes na een elektronische inbraak van de lokale whizzkid heeft gekregen.

Wij fungeren als haar opstapje. Misschien is die vrouw wel een bekende Nederlandse. Wij zetten het schandaal op de agenda. Als er meer is, en helemaal met haar met naam en toenaam in beeld, dan verkoopt onze correspondente dat, na alle stampij van deze dag, aan de hoogste bieder van een van die quasi nieuwsrubrieken op de televisie en anders gewoon aan de zogenaamde bladen. Die ZZP'ers van ons leren snel.

In dat geval ben ik de hoogste bieder. Desnoods ga ik zelf bij dat Vlissingse vrouwtje langs, kan ik meteen eens zien wat voor vlees we daar in de kuip hebben.

Misschien is het nog beter dan wat die vent in bed heeft gekregen. En voor als het jou gevraagd wordt: Toen barstte Lücker opnieuw in lachen uit. Alsof hij zich in één klap bewezen had als een ervaren communicatiedeskundige. De rest van de redactie bestond nog steeds uit versteende ruggen. Een extra ruime vergoeding kan er van af. Ik wil er een serie foto's bij hebben van andere homo's die er op zeker moment toch maar met een vrouwtje vandoor zijn gegaan; even afgezien van hun oude moedertje natuurlijk.

En daar zet jij 'Mietjes! Zo doen ze dat in Engeland. Dat vind ik leuk, dus dat vinden de mensen leuk. Smerig werk is ook werk, prentte hij zichzelf daarbij in, zo lastig als hem dat afging. Hij kon wel principieel gaan doen, maar daar werd hij niet gelukkig van, het avondeten kreeg hij er niet van betaald en de journalistiek werd er niet mee gered. Joop Lücker beschouwde de Britse tabloids als zijn voorbeelden, hoewel hij zelf met zijn steenkolen Engels nauwelijks verder kwam dan een Nederlandse minister-president.

Zulke kranten hadden minstens twee sensationele onthullingen per dag. Minstens één ervan was de uitgebreide ontkenning van wat de kop beloofde. Al wisten de kopers zich elke dag weer bij de neus genomen, toch zwichtten ze telkens bij het krantenstalletje als de kop maar verleidelijk genoeg was. Canards en andere tegenvallers werden snel vergeten als de lezers doorbladerden naar pagina 3 waar de extra fors uitgevoerde blonde stoot van de dag stond.

Dan hoorde je helemaal niemand meer klagen. Alle kranten in het oude Albion zouden de foto van Johnny Walker ook op de voorpagina hebben afgedrukt, met een nog veel schreeuweriger kop, maar ook met een grote gele.

Daar waren ze streng in sinds koningin Victoria verordonneerd had dat geslachtsdelen buiten de slaapkamer geen bestaansrecht hadden. Hele grote blote borsten konden er elke dag volop mee door want dat waren geen geslachtsdelen maar geslachtskenmerken, had een bejaarde rechter ooit bepaald.

Per onthulling over vermeende vreemdgaanderij moesten de hoofden van beide betrokkenen wel steeds goed herkenbaar in beeld zijn, plus alle beschikbare intieme informatie over wat het stel aan het doen was, hoe, waar en of ze het vaker deden, want dat viel allemaal onder de persvrijheid.

Ook een beschrijving van wat ze droegen; sommige bekende Britten hielden het shirt van hun favoriete voetbalclub aan als ze zelf een punt wilden zetten. Alles opgehangen aan een uitgebreid curriculum vitae van de bekendste participant van de twee, met tot in detail meer rommelige oude personalia uit de archieven en een woedende reactie van de bedrogen echtgenote.

Het geheel voorzien van een foto van zijn arme bloedjes van kinderen in hun uniformpjes onder begeleiding van de nanny op weg naar hun particuliere school. En wat een nanny. Die wilden ze morgen op pagina 3. Niemand protesteerde tegen de storende gele sterren als een vorm van censuur in wat van oorsprong een gidsland voor de vrije meningsuiting heette. Tegenwoordig wist elke lezer dat binnen een paar uur dezelfde foto's, alleen dan zonder die ster of een balkje, gratis op internet te zien zouden zijn.

Soms met vaag bewegende beelden. Heel het land tevreden, in afwachting van de volgende minister die naar het bordeel ging; het leek soms alsof ze daar vaker. En anders moesten ze het er maar mee doen tot er nieuwe aanvoer kwam van een lid van de koninklijke familie. Allemaal kopij waar in Nederland tot voor kort terughoudend mee werd omgesprongen, zelfs in de zogenaamde pulpbladen. Geen bloot en nooit een vloek of ander onvertogen woord, dat hield de oplage stabiel.

Maar de gratis kranten tastten de grenzen van het publieke leven steeds meer af in een brutale, meedogenloze overlevingsstrijd.

De echte kranten volgden, maar op een afstandje. Die zochten een serieus lijkende invalshoek om hetzelfde nieuws te kunnen publiceren. En als die niet bedacht kon worden, dan spraken ze in een of ander mediarubriekje schande van de berichtgeving bij de concurrent en plaatsten ter illustratie van hun klacht de gewraakte foto, maar dan zo klein dat hun lezers naar de loep of internet moesten grijpen om te zien van welke geslacht die andere was.

Dat het geval Johnny Walker een primeur betrof, was in de vroege ochtenduren op radio en tv gebleken waar aandacht aan dit bericht uit de Hollandsche Nieuwe was besteed. Een enkele keer zelfs met bronvermelding. Nog belangrijker waren de mediaprofessoren aan de telefoon die hijgend tegen elkaar opboden met hun vaste nummer: Ere wie ere toekwam. In de eerste tv-journaals werd bij het diverterende berichtje een foto van Walker vertoond maar dan als jurylid bij een tv-wedstrijd kruisboogschieten voor bekende Nederlanders of als zanger op bruiloften en partijen, niet die scandaleuze foto's van de Hollandsche.

Dat kwam, bloot mocht pas vertoond worden na kinderbedtijd, volgens de mediawetgeving. De voornaamste indicatie dat het om onweerlegbare feiten ging waar het grote publiek van op de hoogte moest worden gebracht, was het zwijgen van Johnny Walker en diens entourage. Zijn manager noch zijn advocaat had zich gemeld met protesten en schadeclaims van allicht in de tonnen.

Terwijl Walker erom bekend stond dat hij bij alles wat hem in de pers niet zinde meteen krijsend stampij maakte. Zijn advocaat eiste om de minste of geringste roddel een financiële genoegdoening met minimaal vijf nullen die doorgaans een paar dagen later stilzwijgend werd omgezet in een portie free publicity, straks bij het verschijnen van zijn nieuwe cd.

Het heette hier per slot van rekening Nederland. Alles was toch net wat minder sensationeel of ruw. Zij moest toch wat, als zij ooit met een nietje door haar navel in de Playboy wilde. Zonder tegenspraak werd alles wat in de krant stond vanzelf een feit. Want de Hollandsche Nieuwe had een paar lastige rechtszaken lopen van klagende uitgerangeerde en al bijna vergeten tv-presentatrices van zekere leeftijd, beiden op haar onelegantst gefotografeerd.

De een tijdens het vroeg in de ochtend uitlaten van de hond, en wat voor een scharminkel, de ander bij het een uur later schielijk verlaten van het pand van een tv-producent. Een gratis krant is geen hobby van de baas. Als ze vervelende vragen over censuur stellen, Knap, dan zeg je maar dat er grenzen zitten aan wat ik en de mensen willen zien. Hij keek er op de foto's steeds gevleid bij alsof zijn klanten niet op zijn juridische kennis afkwamen maar net zoals zijn vriendinnen op zijn gepommadeerde kop.

Wat bij de meeste klanten ook zo was, want juridisch stelde hij, buiten zijn notoire kabaal, niets voor. Zowat elke rechtszaak met hem was een bij voorbaat verloren strijd, maar tijdens de aanloop viel binnen zijn netwerk van gedienstige journalisten volop gratis publiciteit te scoren.

Bekende klanten leverden hem zendtijd op in tv-programma's waar hij anders om voorrang had moeten strijden met collega's en hun onthullingen over moord en doodslag die hun klanten ook nooit gepleegd hadden. Om zeker te zijn van zijn plaats en zijn eigen gelijk, was hij medepresentator geworden van een dagelijkse tv-show die grossierde in de ranzigste nieuwtjes over bekende Nederlanders, zoals hij er zelf een was geworden.

Te zien aan de voorpagina van de Hollandsche Nieuwe moest de hele wereld, te beginnen bij Nederland, alles van Johnny Walkers metamorfose weten. De hele redactie had achter haar aan gezeten.

Zij had onder invloed van volop bier en geveinsde genegenheid ruim na middernacht het comfort van haar weerbarstige lendenen aan menige collega gegund, tot Knap de enige ware bleek. Na hun huwelijk was zij bij een Amerikaanse firma gaan werken die gespecialiseerd was in kasregisters maar waar helemaal niemand in de directie een idee had van hun enorme voorsprong op de markt van alle nieuwe soorten rekentuig. Ze hadden de opkomst van de computer volledig gemist of onderschat en vrouw Knap had behoord tot de eerste lichting personeel die daar het slachtoffer van was geworden.

Daarna had zij zich nog slechts aan het huishouden gewijd, wat Knap de mogelijkheid had geboden zich dag en nacht op de journalistiek te concentreren. Zijn demonstratief veranderde voorkeur duidde erop dat Johnny Walker in onderhandeling was over een nieuw programma bij een andere televisiezender, die beter betaalde, maar waar kennelijk geen plaats was voor zijn normale relnichterige aanpak. Een eigen talkshow wachtte ongetwijfeld aan de horizon. Heb jij trouwens al iemand achter die Walker aan gestuurd?

Kan en mag niet gestoord worden. Bekende Nederlandse volwassenen spelen verstoppertje. Er moeten zoveel mogelijk kijkers sms'en achter welke boom Walker zit, anders moet er geld bij.

Precies onder het eerste rotje zal wel weer blijken dat een zogenaamd neefje van de regisseur de breedbeeld tv heeft gewonnen. Hoeven ze die ook niet weg te geven. Het is sappelen in de showbizz en omstreken. Dat hij zulke dingen nog eens zou moeten uitzoeken. Hun sponsors zijn onze enige adverteerders. Had de hoofdredactie meer ideeën voor de krant van morgen? Hij sprak de letters uit zoals ze er stonden.

Dat werd tegenwoordig al gauw bekakt of arrogant genoemd, want het verschil daar tussen was ook vervaagd. Lücker had zich al met een ruk omgedraaid zodat hij zijn trendy blauwe leesbril met een tikje van zijn wijsvinger weer in het lood moest zetten. Hij marcheerde handenwrijvend terug naar zijn kamer. Knap was in vrijwel alles het tegendeel van zijn nieuwe baas. Bij de eerste aanblik dachten vrouwen vaak dat ze met een ouderwetse vrijgezel van doen hadden, gezellig.

Zo een waar ze hun eigen stuk chagrijn graag voor zouden inleveren: Knap met zijn ronde bril met een dun donkerbruin montuur had daar geen idee van. Hij droeg graag tot op de lederen elleboogstukken versleten colbertjes, want die zaten hem als gegoten en ze konden nog goed mee, vond vrouw Knap. Daarbij een wit overhemd dat Chroetsjow nog had meegemaakt. Gewoonlijk had hij er een klassieke blauwe stropdas op met enkele dunne, gekleurde baantjes al naar gelang zijn ochtendhumeur.

Alleen op feestelijke dagen completeerde een vlinderdas het ensemble. Hij strikte hem zelf; voorgevormde fabrieksstrikken waren hem net zo een doorn in het oog als biefstuk onder plastic in de supermarkt.

Knap had een dunne haardos met een kaarsrechte scheiding in het midden. Als hij op een stormachtige herfstdag op kantoor arriveerde, leek hij soms net een Flandriën, zo'n ouderwetse Belgische wielrenner met zijn stofbril hoog op zijn bemodderde voorhoofd, pet net afgezet, na een dag dokkeren op de kasseien.

Wind, regen en slijk tegen, en niet eens bij de eerste twintig. Alleen keek Knap er bij alsof hij van pianoles kwam. Henri Knap hechtte binnen zijn financiële mogelijkheden en zijn degelijke maatschappelijke overtuiging aan een gedistingeerd voorkomen. Het hoefde niet in jacquet maar enig decorum was toch gewenst als een verslaggever namens zijn krant en zijn lezers de burgemeester ondervroeg.

Hij zei het op de redactie niet hardop want. Hij kende collega's die hun hele garderobe via de onkostennota hadden binnengehaald ter gelegenheid van ontvangsten waar de koningin bij werd verwacht en alles met de minister-president. Geen van de redacteuren had gereageerd op het luidruchtige optreden van Lücker.

Er bestond geen wij-gevoel bij de Hollandsche Nieuwe. Daar waakte de hoofdredacteur voor. Krantenvolk, dat staat daar algemeen om bekend. Als ze bij mij op survivaltocht willen, dan dragen ze zelf de kosten en zoals bij iedere andere poging tot zelfmoord: De hoofdredacteur sprak meestal luid en met minachting over zijn medewerkers, op een vanzelfsprekende toon, alsof Knap het beroepshalve alleen maar met hem eens kon zijn.

Vraag het mij dan niet, dacht die er vaak licht panisch bij, want hij vreesde zijn eigen luide bijval. Als ik op de tv iemand zie die zich manager van of in 't een of. Knap kreeg er een rood hoofd van: Knap dankte de lieve heer op zijn blote knieën dat er bij de Hollandsche Nieuwe op redactievergaderingen niet met handopsteken gestemd kon worden. Hij vreesde het ergste, zeker als zijn zogenaamde collega's naar hun opvattingen over het vak was gevraagd.

Gelukkig hoefde hij daar geen punt van te maken want het instituut van de redactievergadering bestond onder Lücker niet. Voor zover het de journalistiek betrof was Henri Knap na al die jaren niet zozeer çonservatief geworden als wel pragmatisch in de variant zonder overtuiging, illusies en idealen. Aardig geschikt als leerling-verslaggever. In die tijd schreef Knap al steeds vaker alsof het weer oorlog was: Henri Knap had de overgangstijd tijd meegemaakt van een kleine redactie die vrijwel niets te vertellen had, daar geen behoefte aan had en daar dus ook niet opstandig van werd, want zo waren ze thuis opgevoed, tot de door de vakbond afgedwongen eerste redactievergaderingen waar de agenda binnen een half uur en liefst bij acclamatie was afgewerkt; veel mochten ze aanvankelijk toch niet.

Maar binnen een paar jaar was langs die weg de hele oude, conservatieve leidinggevende lichting verdwenen en bij handopsteken vervangen, vaak zonder afscheidsfeest, zonder groet, geen bloemen en als ze jaren later dood gingen zonder een necrologie of zelfs maar een meelevende advertentie van de hoofdredactie waar zijn punctialiteit bij het doorgeven van de scheepsberichten speciaal in benoemd werd.

Als je zulk eerbetoon wilde, kon je maar beter als jonge, mooie, vrouwelijke losse medewerkster onder de tram raken: De medezeggenschap was door de journalisten bevochten om de diversiteit van de pers te waarborgen tegen de schaalvergroting in, de commercialisering en de economische druk.

Ze hadden gedacht met hun redactiestatuut het imposante verleden van hun krant voorgoed vast te leggen en te bewaken, een onverwoestbare pilaar te worden onder een levendige democratische samenleving, dwars tegen de verzakelijking in, tegen de concentraties en fusies, in het vertrouwen op een overheid die de pers zou steunen als het nog slechter met de kranten zou gaan.

Veertig jaar later legden hun opvolgers met behulp van dezelfde statuten vooral hun eigen positie en inkomen vast, zo ver mogelijk verwijderd van alles waar de krant ooit voor had gestaan.

Ze mochten zelf hun hoofdredacteur aanwijzen en kozen er steeds vaker een die donders goed wist van wie hij voor zijn inkomen voortaan geheel afhankelijk was en die daar rekening mee hield in zijn personeelsbeleid. Er was toch al niemand geweest die zich ooit iets van zijn inzichten had aangetrokken toen hij nog alleen maar chef was.

Onafhankelijkheid en objectiviteit werden in de media meetbare begrippen gevonden. Nergens bij horen is ook ergens bij horen, beweerde Knap, maar dat werd fel bestreden door de meerderheid van de objectieve onafhankelijken van de laatste lichtingen. Het opsteken der handen tijdens een vergadering had alleen voeten in de aarde bij precaire kwesties die grote persoonlijke gevolgen konden dragen, als iedereen eerst wilde zien wat de vertrouwelingen van de hoofdredacteur op de voorste rij deden.

Geheime stemmingen werden zoveel mogelijk vermeden daar de hoofdredacteur dan geen zicht had op wie hem volgden. De uitvlucht heette dan dat de vraag om een schriftelijke stemming een gebrek aan vertrouwen in de eigen redactionele democratische spankracht verraadde.

Ze begrepen niet eens dat de hoofdredacteur in werkelijkheid allang het willige, duur betaalde verlengstuk van de directie was dat de redactie zo gek moest zien te krijgen om mee te doen aan het hoofdpunt van de moderne bedrijfsvoering zowel in goede als in kwade tijden: Ambities werden niet langer op prijs gesteld, kwaliteit werd schouderophalend afgedaan, creativiteit was een bedenkelijk woord dat de hoofdredacteur in zijn plannen niet eens foutloos kon schrijven.

Het stelsel van beloningen was het belangrijkste wapen. Als het vuur hem te na aan de schenen werd gelegd, beweerde hij dat hij die stukjes van 'ze', de hoofdredacteur haalde z'n schouders eens op over zijn eigen redactie, niet eens las. Zo onbeduidend was iedereen in vergelijking met hem en zijn medestanders.

Werd hij te zeer belaagd, dan deelde hij eens een ontslagje uit. Kon makkelijk, want onder invloed van de wisselende economische inzichten was er volop sociaal bedoelde wetgeving gekomen om elke dwarsligger of gewone vijand er binnen een dag en zonder veel bijkomende kosten en heisa uit te kunnen schoppen.

Dat hield de rest wel koest. Mede op die basis was een veelkoppig monster ontstaan in een bedrijfstak die volgens zijn eigen uitgeschreven commentaren vond dat de rest van Nederland het best afgerekend kon worden op strenge prestatiecontracten, gemaximaliseerde salarissen, onmiddellijk af te schaffen bonussen, een ontslagverbod en een beschaafde bedrijfsvoering.

Het was een verdachte positie, maar anders hadden ze niets meer om over te schrijven. Onder invloed van de aandeelhouders hadden de kranten directies gekregen die meenden dat ze in de meest ruwe sector van de papierhandel zaten waar het krap aan verdienen is.

Daar landden alom lompe, luidruchtige, per ongeluk omhooggevallen prutsers van op de cruciale kruispunten in de branche. Ze lieten zich manager van het een of ander noemen als de titel van CFO of CEO, wat dat mocht inhouden, al vergeven was en ook wat er verder nog aan afkortingen was komen overwaaien uit de VS.

Daar hoorden vanzelf hoofdredacteuren bij die al net zo makkelijk en schielijk verkasten als managers, die juist weer toe waren aan een nieuwe uitdaging als hun fouten en miscalculaties aan het licht dreigden te komen. Zo was een organisatie ontstaan die zich moeiteloos verdedigde tegen elke vorm van interne kritiek. En de buitenwacht had zich al helemaal nergens mee te bemoeien. Zo slecht als het ging met de kranten, zoveel abonnees als ze verloren, zoveel verlies als ze maakten, zoveel kwaliteit als ze ingeleverd hadden, nog nooit was er een hoofdredacteur gesneuveld wegens wanbeleid.

Laat staan een directeur. Ze moesten ook wel heel stom zijn als ze niet op tijd waren vertrokken. Hoofdredacteuren moesten hun belangrijkste bijdragen leveren tijdens vergaderingen van de concernleiding, als die ene, verdomde, marginale idioot van dat bijkans vergeten lokale sufferdje, die de inhoud van zijn krantje belangrijker vond dan het rendement van het hele bedrijf, overstemd moest worden.

Wie zich als manager in zo een groothandel had bewezen, kon overal in de tweedehands auto's direct aan de slag. In de moderne journalistiek was de belangstelling voor afkeurende voetnoten in eigen zaken snel tanende. Wat dat betreft marcheerde Knap in zijn nieuwe werkomgeving aardig gelijk mee op. Alleen van aanvaringen met de hoofdredacteur kon bij hem nauwelijks sprake zijn daar Lücker zich vrijwel niet met het productieproces van de Hollandsche Nieuwe bemoeide.

Hij had zijn redactionele werkformule op een A4tje geschreven en dat op de eerste dag aan Knap overhandigd: Knap betwijfelde of hij de lesboeken verder zelfs maar vluchtig had doorgenomen. De hoofdredacteur had aan de wand van zijn kamer het ingelijste diploma hangen van een Amerikaanse universiteit waar hij afgestudeerd was in de Theory of Universal Masscommunications.

Knap had ook een paar keer spam gehad van dezelfde St. Johns' University of Harlingen, waar ze in elke gewenste wetenschappelijke richting voor vijftig dollar een certificaat verkochten. De belangrijkste aanbeveling luidde dat de student er helemaal niets voor hoefde te weten of te kunnen, laat staan dat zoiets gecontroleerd werd.

Het overmaken van het schoolgeld was het eindexamen. Zo werd een halve eeuw later de wetenschap alsnog gedemocratiseerd naar de normen van de jaren zestig. In de sombere buien, die Knap regelmatig overvielen, vond hij dat er eigenlijk maar weinig verschil was met de diploma's van de Hollandse journalistenmulo's. Als Lücker al eens vergaderde, dan was het met Holdert, zijn financieel adviseur, die zonder omhaal doelgericht over de redactie stuiterde, richting hoofdredacteur en weerom.

Hakkie, zoals Lücker hem noemde, was een nerveus, mager ventje met blond stekeltjeshaar dat over zijn montuurloze brilletje heen met diep dedain neerkeek op iedereen die echt moest werken. Hij had behoorlijke zeiloren. Het complete ensemble wekte slechts wantrouwen op bij Knap. Hij zou nog niet de besteding van een stuiver spaargeld aan dat onsympathieke sujet overlaten.

De hoofdredacteur overlegde noodgedwongen elke dag kort met Knap, omdat die nu eenmaal de praktische leiding had. Meestal was het niet meer dan een terloops gesprekje over een belangrijk onderwerp bij de Hollandsche Nieuwe zoals het weerbericht, afgesloten met wat onnozele marsorders of een platte grap die hij in het café of op de Rotary club had gehoord, daar zat weinig verschil tussen.

Knap kon hem bij die gelegenheid de smoezen overbrengen voor allerlei bizarre verhalen waar Lücker op zat te wachten maar die nooit geschreven werden. De meeste had hij elders gelezen en aanvankelijk had hij een paar keer gedreigd ze desnoods gewoon te laten overschrijven. Hij bedoelde dat een idee van Lücker meestal van die schoolkrantenrommel was die stonk naar: Lücker beheerste zich op zo een moment slechts met moeite, maar Knap had hem gewaarschuwd dat als hij iets te ferm met de zweep over de redactie zou knallen, ze hem op het laatste moment de ramp met de half lege pagina's zouden bezorgen.

Zo veel hadden zij van de journalistiek al wel begrepen. Zoiets hoefden ze maar één keer te doen, dan had elke hoofdredacteur in de gaten wie er werkelijk de baas was over zijn drukwerk.

Knap schatte dat dit vaak ook zijn laatste woorden waren voor hij in slaap viel. En dan betrok hij er ook nog de regering bij, waar hij gelijkluidende denkbeelden over koesterde, hoe de coalitie er ook uit mocht zien en waar hij ook op gestemd had. Er mocht in de Hollandsche Nieuwe slechts onder uitzonderlijke omstandigheden aandacht worden besteed aan de politiek.

Lücker had onder dat kopje liever kopij over een beschonken minister die tegen een onnozel hectometerpaaltje aan was gereden, met een deuk in de bumper van zijn privéauto tot gevolg, dan dat er werd uitgeweid over een dreigende kabinetscrisis, een conflict met Vlaanderen of het afscheid van Europa.

Een zatte minister, zo'n vent, die hangt! Tenminste, dat beweerde Lücker, maar hij had Knap tijdens diens sollicitatiegesprek al zijn half netto maandloon onder de tafel aangeboden als ze het bij een mondelinge afspraak konden houden. Dat gelul met van die maandelijkse loonbrieven, dat wil jij helemaal niet. Ik zorg dat Hakkie Holdert dat voor jou regelt. Een man, een man, een woord, een woord.

Niet gelezen in de krant? Daar kun je het beste zelf voor sparen. Dat heb ik ook gedaan. Dan weet je zeker dat je een mooie oude dag hebt. Hij had geen flauw idee hoe hij zwart geld kon witwassen, zonder meteen bij de bakker tegen de lamp te lopen. En hij maakte een aantekening. Het legertje van tientallen thuiswerkers dat de Hollandsche Nieuwe overal verspreid in het land had zitten, werd ouderwets per regel betaald.

Althans, als ze daarop aandrongen, want er waren er die het voor niets deden. Het hield ze van de straat, ze hadden er een fijne hobby aan en ze dachten dat een gratis krant, die op het platteland niet eens werd verspreid, net zo een goed doel moest zijn als het Rode Kruis of de Zonnebloem, daar zag je ook alleen iets van als ze met een quiz op de televisie waren.

Op de redactie maakten ze er Nederlands van zonder opvallend veel fouten voor het genre. Niet dat Lücker zijn hele bedrijfsvoering zo had bedacht om de linkse quasi democratie van de jaren zestig, waar hij al zijn maatschappelijk ongenoegen aan ophing, nog een trap na te geven. In zijn kringen durfden velen dat pas een halve eeuw later voorzichtig te doen. Zijn benepen beloningssysteem zonder vertegenwoordigend overleg was een van de moderne liberale kurken waar inmiddels een belangwekkend deel van de maatschappij op dreef.

Het hoofdkantoor zat in Luxemburg, dat was ook Europa, dus dat was safe. De advertenties, niet bepaald een gestage stroom, kwamen. Hij had een mannetje uit de stad dat op afroep over het computersysteem waakte. Die had dan weer een bank op Guernsey voor de nota's. Hij had twee plekken gehuurd op een callcenter waar de telefonische oproepen voor de krant werden opgevangen en van een apaiserende smoes voorzien.

Voor de rest knapte hij alles zelf op. Hij wenste niet eens een secretaresse. Vertel mij wat, ik versleet ze bijkans per dozijn. Als die meiden een beetje ingewerkt zijn, knopen ze hun jurk dicht tot aan hun kin. Maar een hoofdredacteur van het type Lücker had daar bij benadering nooit tussen gezeten.

Lücker was dan ook niet gekozen of door het hoogste echelon benoemd, hij had zich de functie toegeëigend, zoals hij tevens chef personeelszaken was, alleen daar deed hij dan weer een stuk minder pretentieus over. Henri Knap moest toegeven dat Lückers opzet met al die amateurcorrespondenten in het land zo gek nog niet was. Zelfs de sjiekste echte kranten smeekten en soebatten dagelijks bij hun lezers om nieuwtjes voor op de website, om gekke dingetjes die ze gehoord hadden op straat of bij de buurtsuper, iets wat ze bij toeval hadden gezien of gefotografeerd, of kent u nog iemand die onlangs vermoord is?

Als het echt wat voorstelde maakten ze er op de redactie min of meer stiekem ook nog een stukje van voor in de krant. Een lezer die het puzzeltje naast het. Aan selectie deden ze nauwelijks op die websites, want ze moesten permanent vol zijn. Altijd minstens een meter scrollen voor de afnemers.

Iemand kon zijn voet verstuiken en langs elektronische weg wereldnieuws worden omdat hij er zo gek bij had gekeken toen hij van de overkant van de straat gefilmd werd. Filmpjes wilden ze graag. Prentjes ook, vooral van bekende Nederlanders die hand in hand waren gesnapt met een onbekende vrouw, blond graag.

Als het achteraf de moeder van de bekende bleek, wreven ze ter redactie in hun handen, hadden ze een plaatje van het mens voor het in memoriam, als zij niet uitgenodigd werden aan haar doodsbed. Verder waren ze gek op alles met politie, brandweer, ambulance of traumahelikopter er in.

Elk loos alarm kon een bericht met foto worden, als er maar een brandweerman radeloos bij had gekeken. Onder elk bericht stond het verzoek aan de lezers om een portie verse hersendrab: Lückers correspondentenregime zou binnen een paar jaar gelden voor al het drukwerk van de resterende, noodlijdende kranten.

Daar waren geen grote voorspellende gaven voor nodig, wist Knap. Aanvankelijk met van die verneukeratieve slijmheisa als: Tegen die tijd zou de directie de laatste redacteuren dwingen om van hun drukwerk een handzaam bijproduct voor de website te maken. Als een lezer de opening van de krant aanklikte, kreeg hij een koekenpan cadeau of een geheel. Op die manier moest na verloop van tijd nog eens de helft van de verslaggevers eruit kunnen. En daarna moesten de aanklikkers, zoals de lezers dan waarschijnlijk zouden heten, betalen als ze hun stukje of hun plaatje gepubliceerd wilden zien.

Als voorschotje op die gouden tijden werden de journalistieke producties in de directionele plannen nu al content genoemd, inhoud, maar er werd gewoon vulling bedoeld of vullis eigenlijk, maar dat konden ze moeilijk opschrijven. Dan waren er alleen nog een paar goedkope klerken nodig om alles een beetje te fatsoeneren en de reacties te censureren, want die zouden nog steeds steevast afkomstig zijn van lui wier bovenkamer nauwelijks beter gestoffeerd was dan die van een baviaan in Artis.

Daar kon je er beter niet te veel van hebben voor zolang als je jezelf een kwaliteitsmedium bleef noemen. Zo gek was het niet dat Lücker voor de Hollandsche Nieuwe vertrouwde op zijn thuiswerkers, die meestal geen journalistieke wetten kenden en verder alle noodzakelijke bagage misten. Hij had een voorsprong te pakken. Hoofdredacteuren zijn ook redacteuren!

Het bleek dat een vakbondsbestuurder informeerde naar de ongewenste cumulatie van de functies van hoofdredacteur en directeur bij de nieuwe krant en dan ook nog al die zogenaamde correspondenten. Dan houdt ten minste iemand de centen nauwlettend in de gaten. Knap vermoedde dat Lücker op deze manier tevens zijn eigen werknemers probeerde te intimideren.

En dat die leden van u de Hollandsche Nieuwe maar goed mogen lezen! Alsof hij van die titel alleen al vakbekwaam was geworden. Henri Knap keek er niet van op. Bij zijn oude krant had hij de laatste jaren, net als in de hele krantenwereld, volop lui met donderend geraas omhoog horen vallen die dachten dat alle gevraagde kennis en kunde hun per benoeming vanzelf kwam aanwaaien.

Vrouw Knap had schamper gelachen als hij ervan vertelde. Van sommigen van de collega's wist zij bijna even veel als van haar man. Lücker was naast zijn oorkonde blijven stilstaan, alsof hij verwachtte dat zijn chef redacteur er een kiekje van zou nemen voor in zijn plakboek. Henri Knap waagde het niet hardop te zeggen, want dat zou hoe dan ook verkeerd uitpakken, maar een Lücker was nauwelijks een opvallende verschijning onder zijns gelijken. Intellectuele of politieke zwaargewichten waren in zijn functie een zeldzame verschijning geworden.

Het leek alsof een correspondentschapje in de Verenigde Staten nog de beste opleiding voor hoofdredacteur was. Als je wist waar New York ongeveer lag, had je al een aanbeveling te pakken. Zulke lui werden na een tijdje terug naar huis. Ze konden hun eigen huishouden al nauwelijks bij elkaar houden.

Ze profiteerden optimaal van hun naamsbekendheid. Want correspondenten in de VS waren contractueel verplicht om hun naam te zetten boven elke regel die ze overschreven uit de lokale media of meepikten van de plaatselijke radio en de nationale tv. Daar konden de lezers aan zien dat hun abonnementsgeld goed besteed was, dat het gerust wat mocht kosten om al dat papier van zo verre gevuld te krijgen.

De correspondenten konden ook gewoon thuis in Purmerend blijven, een schotelantenne aanschaffen en een bijbehorend kastje met kanalen. Namen ze internet erbij, waren ze net zulke thuiswerkers als hun collega's van de binnenland redactie. Maar als zoiets uitkwam, voelden de lezers zich bedot. Daarom pikten ze vaak de onnozelste berichten uit de onbetrouwbaarste kranten. Dat was wel zo geloofwaardig en zoveel gebeurde er zelfs in de VS niet, dat ze uit pure nood een paar keer per week wel naar de yellow papers moesten grijpen om zich in het vaderland waar te maken.

Volop Amerikaanse akkefietjes, die geen aandacht hadden gegenereerd als ze hier gebeurd waren, promoveerden zo naar een belangwekkende plaats in de Nederlandse media omdat de correspondent er toevallig over gelezen had en nog veertig regels te vullen had gekregen. Het management was gek op hoofdredacteuren met zulke internationale antecedenten.

Geschikter vond je ze nergens. Weinig binding ook, met de rest van zo een lastige redactie. Logisch, dat lui,  die met moeite de journalistenmulo hadden afgemaakt en eigenlijk een hekel aan het vak hadden, zich tussen zulk volk wrongen. Langs een managementcursus, een seminar onder leiding van een sportpresentator die van z'n gezond niet wist, een cursus alledaags Engels en meer van zulk spul dat eerder bedoeld was als een leuke aftrekpost voor de belastingen dan om er bedrijfsmatig voordeel uit te peuren, beklommen ze de krantenladder.

Ze hadden ook nog een middag over gloeiende kolen moeten lopen, maar dat konden ze maar beter geheim houden als ze elders in het bedrijfsleven nog eens hun slag wilden slaan. Hoofdredacteuren beschouwden hun functie niet langer als een eindstation. Het was meer een vage fase in hun leven. Elke dag hun naam op de voorkant van de krant en eens per maand als coryfee in een middagprogramma op de televisie, dat waren de emolumenten op korte termijn. Het ging ze vooral om de naamsbekendheid als opstap naar een veel beter betaalde baan in de echte zakenwereld.

Minstens directeur corporate communications bij een multinational. Zo'n verandering werd altijd verkocht als een geweldige promotie, als erkenning en als beloning voor al die intellectuele arbeid die ze blijkbaar bij de krant. Of ze werden iets in de voorlichting nabij de regering.

Met een beetje geluk werden ze dan nog eens staatssecretaris, als de premier een onbeduidende paljas tekort kwam voor het partijevenwicht in de coalitie. Liefde voor het vak, voor hun krant of voor een politieke richting vonden zij die daarbij voorop hadden moeten lopen een ouderwetse, vreemde, zelfs gevaarlijke afwijking.

Over zulke dingen was hun op de journalistenmulo in het geheel niets geleerd, noch op hun postdoctorale cursussen, laat staan dat ze er tijdens hun correspondentschap over hadden vernomen.

Liefst praatten ze deftig na, schreven ze vluchtig over en dan snelden ze naar hun postvakje, benieuwd of er vandaag al een nieuwe uitdaging bij zat. Een hoofdredacteur sprak in gezelschap liefst deftig van 'mijn krant'. Wel vaak al met een blos op de wangen. De hoofdredacteuren hadden ook steeds vaker een stoet adjuncten onder zich, alsof ze geen krant waren maar een fokvereniging. Eerste garnituur meelopers, die tevreden moesten worden gehouden met een apart titeltje. Ze hadden minder cursussen mogen volgen maar ze bleken net zo vluchtig als de hoofdredacteur voor zijn hele krant, gespecialiseerd in hun eigen zaterdagse bijlage, welk formaat die deze week mocht hebben of volgende maand weer zou hebben en of die nu over de cultuur ging, de wetenschap of de nieuwste hebbedingetjes, als zij er in godsvredesnaam maar adjunct-hoofdredacteur bij werden genoemd.

Op zaterdag speelde Knap met zijn echte krant in de. Hield hij een overzichtelijk setje over. Knap rilde nog bij de gedachte aan de vakantierubriek van driekwart kolom die hij ooit bij zijn oude krant een paar maanden erbij had moeten doen als vervanger van een collega die 's avonds laat met zijn dronken hersens was gestruikeld over een auto.

De versie van de betrokken chauffeur luidde op onderdelen anders. Knap had per week drie uur de tijd voor het overschrijven van wat reisfolders.

Zijn geblesseerde collega had er een volledige dagtaak aan gehad. In de nieuwe eeuw was dat rubriekje een aparte zaterdagse bijlage van minimaal vijf pagina's geworden met een eigen adjunct-hoofdredacteur en met een pretentieuze cover waar in elegante letters 'reizen' op stond, dwars over elke week een andere mooie ansichtkaart heen.

Reizen, met een kleine letter, want dat stond exclusiever dan vakantie of toerisme. Dat was eens per jaar de bouwvak in de tent in Frankrijk of met de caravan naar Duitsland. Echt reizen dat deed de doelgroep het hele jaar door, in het weekeinde. Voor hun was het net zo een onderwerp geworden als de inrichting van het huis of alles over koken, zeg maar al die onbereikbare.

Toch kregen de lezers de wereld in de bijlage aangeleverd alsof ze nog nooit gewaagd hadden het vaderland op eigen houtje te verlaten en al helemaal geen kaas hadden gegeten van geografie. De bijlage betaalde zichzelf want bij reizen hoorden volop advertenties, schreeuwerige last minute-aanbiedingen tot de kleinste annonces voor de wildkampeerders, andere natuurliefhebbers en naturisten aan toe.

En dan van alle soorten nog apart de terreur van de singles. Alleen, over één ding werd niet geschreven, wist Knap allang: Daar bestond een stilzwijgende afspraak over onder de specialisten en de reisbureaus. Als het tijdens zo'n gratis geheel verzorgde persreis steeds regende, zou de touroperator maar met de gebakken peren zitten. Liever stelden de verslaggevers hun volgende gratis reis veilig door er tegen de regen en kou iets extra gevaarlijks doorheen te gooien: Nooit iets over buikloop of tropische ziekten, dat moest de bijlage wetenschap maar opvangen.

Twee keer per jaar luidde de coverstory 'In de voetsporen van James Joyce'. De VVV van Dublin stond. Die daar waren uitzonderlijk scheutig met vliegtickets, hotelvouchers en consumptiebonnen, geldig in alle pubs van de stad.

Ik ontvang je discreet, vrij parkeren Voor echte ongeremde geile klaarkom seks. Massage - Tantra massage: Thaise massage maassluis, orionmc. Ik geef hierbij aan Midhold bv, of enig aan Midhold B. Thaise massage weesp hollandse porno nl Kom je uitleven in mijn playroom met sling, muziekje, pornofilm. Erotische massage lelystad webcamsex gratis - oasis Dat een baanbrekende statistiek: Juridisch Veilig afspreken Privacystatement Cookiestatement Algemene voorwaarden.

Super slanke geile meid van 31 half lang donkerblond haar, kleine borsten,intiem geschoren is dageli. Thaise massage maassluis, jbstudio. Turks Turkse Masseur geeft algehele ontspanningsmassage · Lichaamsmassage.

Hoi ik ben Halfbloed jongeman van 38 jaar van Turks Turkse afkomst. Mijn vakgebied is geven van Ontspannings massage Eventueel kan ik je Turks T.




sex in ijmuiden lekkende kut


Voormalige rokers die jarenlang de lucht hadden vergiftigd voor hun collega's werden de. Na volop mislukte pogingen ter gelegenheid van een reeks jaarwisselingen, waaruit in sommige geledingen van de familie zijn voor de journalistiek typerende karakterloosheid werd verklaard, bleek het stoppen met roken onder deze omstandigheden voor Henri Knap een fluitje van een cent.

In de maanden dat Knap het afgelopen jaar mismoedig had gezocht naar een nieuwe baan, was blijkbaar de volgende fase aangebroken. Bij de Hollandsche Nieuwe waren alle redacteuren op de redactiezaal van elkaar gescheiden met geluidwerende kappen over de bureaus. Alsof iedereen zijn eigen telefooncentrale beheerde en er geen redactiezaal meer bestond. Onderling werden alleen nog beleefdheden gemompeld.

Theoretisch mocht er het een en ander veranderd zijn, praktisch keerde het onaangename solitaire kantoorregime uit de tijd van Charles Dickens weerom. Uit een ooghoek zag hij de hoofdredacteur van de Hollandsche Nieuwe stampend uit zijn kamer tevoorschijn komen. Nog zoiets dat nooit bij een krant had gehoord. Hoofdredacteuren en journalisten op leeftijd waren magere, breekbare mannetjes geweest, zichtbaar geteisterd door stress, tabak, alcohol en vreemde vrouwen. Sloffend en in een slecht zittend pak van de Wehkamp, want daar kregen ze korting via de vakbond.

Ontevreden over het leven, nauwelijks content met zichzelf. Als er eens een de 65 haalde werd dat als een onverwachte strop ervaren door het pensioenfonds. Lücker, die doorgaans alleen op de werkvloer verscheen omdat er geen andere weg naar buiten was behalve een sprong door de dubbele beglazing, een mindere keuze op zeventien hoog, stampte met gebalde vuisten, recht op zijn redactiechef af, alsof hij deel uitmaakte van een exotisch trompettercorps bij de Taptoe Delft.

De hoofdredacteur erkende slechts de commandolijn die begon bij Henri Knap, de enige van het stel die tenminste bruikbare ervaring had opgedaan bij een echt dagblad. Knap legde juist alles gereed om met de nieuwe krant te kunnen beginnen en vooral de oude te vergeten. Lückers frenetieke bewegingsritme vormde een passende combinatie met zijn kale kop, gelijkend op een onbekende ruige diersoort waar in het voortraject een aap aan te pas moest zijn gekomen.

Die ogen, die neus en die mond, ze bewogen geheel op eigen houtje als hij sprak. En ze misstonden dan weer volledig bij zijn strak gesneden maatkostuum met de onvermijdelijke krijtstrepen, de glimmende vaak roze stropdas en de smalle lichtbruine brogues van euro; twee paar dezelfde, onlangs onder dwang van zijn vriendin aangeschaft tijdens een kooptocht te Milaan. Aan zo iemand konden ze onmiskenbaar niet eens het weerbericht overlaten. Knap had zich al een paar keer voorgenomen hem te waarschuwen dat hij zijn optreden moest aanpassen aan de status van zijn nieuwe bedrijf.

Maar als het er op aan kwam. Op diens eigen onbehouwen manier was hij immers ook De Keukenkolos geworden, de van de Ster-reclame en een doe het zelf-programma landelijk bekend geworden brutale baas van de winkelketen, die hij een jaar terug voor een reusachtig bedrag van de hand had gedaan aan een roedel Britse blufkapitalisten.

Die waren onderhand bezig alles te ontwarren om de ene vestiging na het andere magazijn voor de prachtigste bedragen aan Lückers voormalige concurrenten te verkopen. Keukens hier, badkamers daar. Lücker had er danig de pest over in. Zijn tijdens jaren van hard werken opgebouwde imperium werd verhandeld als een keten van profijtelijke onroerend goed transacties.

Het kapitalisme is de weg volledig kwijt. Het ging na al die maanden nog steeds niet goed met zijn gratis krant die hij voor een zacht prijsje had overgenomen van een oude vrijgezelle entrepreneur, zoals dat in zijn kringen heette, die geen zin meer had in wat ooit een familiebedrijf was geweest met voor elke gemeente van enige omvang een. Lücker had van het pakket huis-aan-huis bladen een gratis landelijk dagblad gemaakt. Volgens onderzoek was er in vergelijking met andere welvarende Europese landen nog volop ruimte in dat segment.

Marktonderzoekers, je kon ze alles vragen en elk gewenst antwoord krijgen. Het was ook goed voor de verse almachtige god van de voorspoed: En hij wilde iets om handen hebben.

Hij wilde weer een tent waar hij de vakken naar eigen believen kon vullen, zonder dat hij er een vakopleiding voor nodig had. Knap keek hem vaak meewarig na: Maar, gaf hij toe, de directeur van Philips hoefde ook geen gloeilamp in elkaar te kunnen zetten om toch voor een miljoenensalaris te functioneren. Als het voetvolk maar de gevraagde beroepsopleiding had gevolgd en dan maar met iets minder maandloon tevreden was. Lücker, die geweld van plan leek, was tot stilstand gekomen naast Knap, die mismoedig voor zich uit keek.

Was er bij de Hollandsche Nieuwe eindelijk een weliswaar groezelige primeur te vieren, verscheen de hoofdredacteur nog met die grimmige kop van 'm.

Lücker wees dwingend op de compromitterende exclusieve foto van Johnny Walker, die dit seizoen wekelijks het populaire vulgaire tv-programma 'Hebbes! Ik dacht al dat de mijne vreemd ging' presenteerde.

Ieder probleem dat elk fatsoenlijk mens tot voor kort zo lang mogelijk binnen de eigen vier muren probeerde te houden, tot er onontkoombaar met huisraad werd gesmeten en de politie er bij te pas kwam, was tegenwoordig rijp voor een ontluisterende televisieshow waar smakelijk om gelachen werd in miljoenen huiskamers. Het leek alsof elke aflevering rustte. Vaak moesten ze ondertiteld worden, want ze kwamen zelden uit de grote stad.

Nooit twee frappant mooie mensen of een patserige directeur met zijn spetterende secretaresse. Zo'n stel werd altijd met de verborgen camera betrapt op een sjofele motelkamer. Vloeken, tranen, vaak scheldkanonnades van de verraden partij, die altijd met de cameraploeg mee kwam, vleugje bloot, soms dreigende klappen en Walker erbij om alles gierend van de pret van extra ranzig commentaar te voorzien.

Geen mens had in de gaten dat vrijwel alle incidenten in scène waren gezet. Het was een gouden format, wist de producent. Er meldden zich elke week voldoende kandidaten om er een geloofwaardig avondvullend programma van te maken, maar hij liep liever geen juridische risico's met de privacy en wat er tegenwoordig al niet meer tegen de vrijheid van meningsuiting werd verzonnen.

Trouwens, de afleveringen moesten ook nog gedurende vele jaren overdag herhaald kunnen worden op een van de vier andere netten die de zender te vullen had. Want bij de tiende vertoning, op een verloren middaguur, als alleen nog een paar Alzheimerpatiënten vol verbazing toekeken, waren er nog steeds voldoende adverteerders van naam en faam die er hun spotje bij wilden zetten. Zo zag een moderne goudmijn er uit. De Hollandsche Nieuwe had binnenin nog een tweede, kleinere foto van Johnny Walkers samenzijn, plus de laatste regels van een onnozel bericht waar eigenlijk alleen in beschreven werd wat er op de foto's te zien was.

Eigenlijk niet gek veel bijzonders. De grootste sterren legden hun intiemste escapades voor alle zekerheid vanaf de eerste voorzichtige kus vast op foto of film, zodat ze de beelden naar internet konden laten lekken als het wat stroever liep met hun scheiding of hun carrière. De nippleslip, een quasi toevallig zichtbaar tepeltje, was iets voor soapsterretjes van amper 18 jaar oud en toch al een heuse relatie met een ervaren knar uit het vak.

Pedofilie, daar werd in het filmbedrijf heel anders tegenaan gekeken. Iets oudere filmsterren waren vaker, verdorie nog aan toe, helemaal vergeten dat ze hun onderbroek thuis hadden laten liggen als de dames zich voor het front van flitsende fotografen zo onelegant mogelijk aan hun Hummer trachtten te ontworstelen.

De echte profs hadden een complete, goed verstaanbare, fraai uitgelichte copulatie in een luxe hotelkamer met hemelbed gereed; ze deden het desondanks op het vloermatje. Allemaal begrepen ze desgevraagd nooit hoe die beelden in vredesnaam voor eeuwig op internet terecht hadden kunnen komen. Onbegrijpelijk dat ze tijdens de opnamen niets gemerkt hadden.

Heel erg vonden ze het, gênant gewoon voor hun ouders en voor hun drie kinderen van even zoveel verschillende vaders.

Over schadeclaims vernam men slechts bij hoge uitzondering. Als ze hun hondje kwijt waren, schreeuwden ze moord en brand en boden in het lokale tv-journaal duizenden euro's om het. Maar zo'n filmpje, ach, het was weliswaar in hun blote gat en d'r werd houterig in geacteerd, maar ook dan bleef het gratis publiciteit.

De uitgelekte foto's van Johnny Walker gaven de lezer van de Hollandsche Nieuwe het prikkelende gevoel een wettelijk gedoogde voyeur te zijn. Er bestond slechter kosteloos divertissement om de dagelijkse saaie reis naar kantoor mee te veraangenamen. En dan ging het hun niet eens om het bloot en de daad, daar zat internet vol mee. De sensatie was dat Johnny Walker duidelijk zichtbaar niet met een van zijn doorgaans ordinaire sportschoolvriendjes te bed was geraakt.

Voor een actiefoto van zo een workout was zelfs een gratis krant nog niet rijp. In dat geval had moeten worden volstaan met een ongeïllustreerd bericht waarin de nieuwe liefde alleen een non-descripte voornaam kreeg. De juichende kop 'Hebbes! Johnny was overgestapt naar het kamp van de echte mannen.

Knap keek hem verbaasd aan. Niet eerder had die keukenboer zich zo openlijk met de dagelijkse gang van zaken op zijn eigen krant bemoeid. Waarom zouden ze morgen meer van dit hebben?

Hij wist het nu toch? Artikel 1 van Lückers redactionele wetboek luidde niet voor niets: Tot Knaps verbazing bleken nogal wat gediplomeerde journalisten zich daar helemaal in te kunnen vinden. Henri Knap hield het bij een professionele reactie, want daarmee voorzag hij in zijn dagelijkse onderhoud.

Het zou mij niet verbazen als zij die plaatjes na een elektronische inbraak van de lokale whizzkid heeft gekregen. Wij fungeren als haar opstapje. Misschien is die vrouw wel een bekende Nederlandse. Wij zetten het schandaal op de agenda.

Als er meer is, en helemaal met haar met naam en toenaam in beeld, dan verkoopt onze correspondente dat, na alle stampij van deze dag, aan de hoogste bieder van een van die quasi nieuwsrubrieken op de televisie en anders gewoon aan de zogenaamde bladen. Die ZZP'ers van ons leren snel. In dat geval ben ik de hoogste bieder. Desnoods ga ik zelf bij dat Vlissingse vrouwtje langs, kan ik meteen eens zien wat voor vlees we daar in de kuip hebben.

Misschien is het nog beter dan wat die vent in bed heeft gekregen. En voor als het jou gevraagd wordt: Toen barstte Lücker opnieuw in lachen uit. Alsof hij zich in één klap bewezen had als een ervaren communicatiedeskundige. De rest van de redactie bestond nog steeds uit versteende ruggen. Een extra ruime vergoeding kan er van af. Ik wil er een serie foto's bij hebben van andere homo's die er op zeker moment toch maar met een vrouwtje vandoor zijn gegaan; even afgezien van hun oude moedertje natuurlijk.

En daar zet jij 'Mietjes! Zo doen ze dat in Engeland. Dat vind ik leuk, dus dat vinden de mensen leuk. Smerig werk is ook werk, prentte hij zichzelf daarbij in, zo lastig als hem dat afging.

Hij kon wel principieel gaan doen, maar daar werd hij niet gelukkig van, het avondeten kreeg hij er niet van betaald en de journalistiek werd er niet mee gered. Joop Lücker beschouwde de Britse tabloids als zijn voorbeelden, hoewel hij zelf met zijn steenkolen Engels nauwelijks verder kwam dan een Nederlandse minister-president.

Zulke kranten hadden minstens twee sensationele onthullingen per dag. Minstens één ervan was de uitgebreide ontkenning van wat de kop beloofde.

Al wisten de kopers zich elke dag weer bij de neus genomen, toch zwichtten ze telkens bij het krantenstalletje als de kop maar verleidelijk genoeg was. Canards en andere tegenvallers werden snel vergeten als de lezers doorbladerden naar pagina 3 waar de extra fors uitgevoerde blonde stoot van de dag stond.

Dan hoorde je helemaal niemand meer klagen. Alle kranten in het oude Albion zouden de foto van Johnny Walker ook op de voorpagina hebben afgedrukt, met een nog veel schreeuweriger kop, maar ook met een grote gele. Daar waren ze streng in sinds koningin Victoria verordonneerd had dat geslachtsdelen buiten de slaapkamer geen bestaansrecht hadden. Hele grote blote borsten konden er elke dag volop mee door want dat waren geen geslachtsdelen maar geslachtskenmerken, had een bejaarde rechter ooit bepaald.

Per onthulling over vermeende vreemdgaanderij moesten de hoofden van beide betrokkenen wel steeds goed herkenbaar in beeld zijn, plus alle beschikbare intieme informatie over wat het stel aan het doen was, hoe, waar en of ze het vaker deden, want dat viel allemaal onder de persvrijheid. Ook een beschrijving van wat ze droegen; sommige bekende Britten hielden het shirt van hun favoriete voetbalclub aan als ze zelf een punt wilden zetten.

Alles opgehangen aan een uitgebreid curriculum vitae van de bekendste participant van de twee, met tot in detail meer rommelige oude personalia uit de archieven en een woedende reactie van de bedrogen echtgenote. Het geheel voorzien van een foto van zijn arme bloedjes van kinderen in hun uniformpjes onder begeleiding van de nanny op weg naar hun particuliere school.

En wat een nanny. Die wilden ze morgen op pagina 3. Niemand protesteerde tegen de storende gele sterren als een vorm van censuur in wat van oorsprong een gidsland voor de vrije meningsuiting heette. Tegenwoordig wist elke lezer dat binnen een paar uur dezelfde foto's, alleen dan zonder die ster of een balkje, gratis op internet te zien zouden zijn. Soms met vaag bewegende beelden. Heel het land tevreden, in afwachting van de volgende minister die naar het bordeel ging; het leek soms alsof ze daar vaker.

En anders moesten ze het er maar mee doen tot er nieuwe aanvoer kwam van een lid van de koninklijke familie. Allemaal kopij waar in Nederland tot voor kort terughoudend mee werd omgesprongen, zelfs in de zogenaamde pulpbladen. Geen bloot en nooit een vloek of ander onvertogen woord, dat hield de oplage stabiel.

Maar de gratis kranten tastten de grenzen van het publieke leven steeds meer af in een brutale, meedogenloze overlevingsstrijd. De echte kranten volgden, maar op een afstandje. Die zochten een serieus lijkende invalshoek om hetzelfde nieuws te kunnen publiceren. En als die niet bedacht kon worden, dan spraken ze in een of ander mediarubriekje schande van de berichtgeving bij de concurrent en plaatsten ter illustratie van hun klacht de gewraakte foto, maar dan zo klein dat hun lezers naar de loep of internet moesten grijpen om te zien van welke geslacht die andere was.

Dat het geval Johnny Walker een primeur betrof, was in de vroege ochtenduren op radio en tv gebleken waar aandacht aan dit bericht uit de Hollandsche Nieuwe was besteed. Een enkele keer zelfs met bronvermelding. Nog belangrijker waren de mediaprofessoren aan de telefoon die hijgend tegen elkaar opboden met hun vaste nummer: Ere wie ere toekwam.

In de eerste tv-journaals werd bij het diverterende berichtje een foto van Walker vertoond maar dan als jurylid bij een tv-wedstrijd kruisboogschieten voor bekende Nederlanders of als zanger op bruiloften en partijen, niet die scandaleuze foto's van de Hollandsche. Dat kwam, bloot mocht pas vertoond worden na kinderbedtijd, volgens de mediawetgeving.

De voornaamste indicatie dat het om onweerlegbare feiten ging waar het grote publiek van op de hoogte moest worden gebracht, was het zwijgen van Johnny Walker en diens entourage. Zijn manager noch zijn advocaat had zich gemeld met protesten en schadeclaims van allicht in de tonnen. Terwijl Walker erom bekend stond dat hij bij alles wat hem in de pers niet zinde meteen krijsend stampij maakte. Zijn advocaat eiste om de minste of geringste roddel een financiële genoegdoening met minimaal vijf nullen die doorgaans een paar dagen later stilzwijgend werd omgezet in een portie free publicity, straks bij het verschijnen van zijn nieuwe cd.

Het heette hier per slot van rekening Nederland. Alles was toch net wat minder sensationeel of ruw. Zij moest toch wat, als zij ooit met een nietje door haar navel in de Playboy wilde. Zonder tegenspraak werd alles wat in de krant stond vanzelf een feit. Want de Hollandsche Nieuwe had een paar lastige rechtszaken lopen van klagende uitgerangeerde en al bijna vergeten tv-presentatrices van zekere leeftijd, beiden op haar onelegantst gefotografeerd.

De een tijdens het vroeg in de ochtend uitlaten van de hond, en wat voor een scharminkel, de ander bij het een uur later schielijk verlaten van het pand van een tv-producent.

Een gratis krant is geen hobby van de baas. Als ze vervelende vragen over censuur stellen, Knap, dan zeg je maar dat er grenzen zitten aan wat ik en de mensen willen zien.

Hij keek er op de foto's steeds gevleid bij alsof zijn klanten niet op zijn juridische kennis afkwamen maar net zoals zijn vriendinnen op zijn gepommadeerde kop. Wat bij de meeste klanten ook zo was, want juridisch stelde hij, buiten zijn notoire kabaal, niets voor. Zowat elke rechtszaak met hem was een bij voorbaat verloren strijd, maar tijdens de aanloop viel binnen zijn netwerk van gedienstige journalisten volop gratis publiciteit te scoren.

Bekende klanten leverden hem zendtijd op in tv-programma's waar hij anders om voorrang had moeten strijden met collega's en hun onthullingen over moord en doodslag die hun klanten ook nooit gepleegd hadden. Om zeker te zijn van zijn plaats en zijn eigen gelijk, was hij medepresentator geworden van een dagelijkse tv-show die grossierde in de ranzigste nieuwtjes over bekende Nederlanders, zoals hij er zelf een was geworden.

Te zien aan de voorpagina van de Hollandsche Nieuwe moest de hele wereld, te beginnen bij Nederland, alles van Johnny Walkers metamorfose weten. De hele redactie had achter haar aan gezeten. Zij had onder invloed van volop bier en geveinsde genegenheid ruim na middernacht het comfort van haar weerbarstige lendenen aan menige collega gegund, tot Knap de enige ware bleek.

Na hun huwelijk was zij bij een Amerikaanse firma gaan werken die gespecialiseerd was in kasregisters maar waar helemaal niemand in de directie een idee had van hun enorme voorsprong op de markt van alle nieuwe soorten rekentuig.

Ze hadden de opkomst van de computer volledig gemist of onderschat en vrouw Knap had behoord tot de eerste lichting personeel die daar het slachtoffer van was geworden. Daarna had zij zich nog slechts aan het huishouden gewijd, wat Knap de mogelijkheid had geboden zich dag en nacht op de journalistiek te concentreren. Zijn demonstratief veranderde voorkeur duidde erop dat Johnny Walker in onderhandeling was over een nieuw programma bij een andere televisiezender, die beter betaalde, maar waar kennelijk geen plaats was voor zijn normale relnichterige aanpak.

Een eigen talkshow wachtte ongetwijfeld aan de horizon. Heb jij trouwens al iemand achter die Walker aan gestuurd? Kan en mag niet gestoord worden.

Bekende Nederlandse volwassenen spelen verstoppertje. Er moeten zoveel mogelijk kijkers sms'en achter welke boom Walker zit, anders moet er geld bij. Precies onder het eerste rotje zal wel weer blijken dat een zogenaamd neefje van de regisseur de breedbeeld tv heeft gewonnen. Hoeven ze die ook niet weg te geven.

Het is sappelen in de showbizz en omstreken. Dat hij zulke dingen nog eens zou moeten uitzoeken. Hun sponsors zijn onze enige adverteerders. Had de hoofdredactie meer ideeën voor de krant van morgen? Hij sprak de letters uit zoals ze er stonden.

Dat werd tegenwoordig al gauw bekakt of arrogant genoemd, want het verschil daar tussen was ook vervaagd. Lücker had zich al met een ruk omgedraaid zodat hij zijn trendy blauwe leesbril met een tikje van zijn wijsvinger weer in het lood moest zetten. Hij marcheerde handenwrijvend terug naar zijn kamer. Knap was in vrijwel alles het tegendeel van zijn nieuwe baas. Bij de eerste aanblik dachten vrouwen vaak dat ze met een ouderwetse vrijgezel van doen hadden, gezellig.

Zo een waar ze hun eigen stuk chagrijn graag voor zouden inleveren: Knap met zijn ronde bril met een dun donkerbruin montuur had daar geen idee van. Hij droeg graag tot op de lederen elleboogstukken versleten colbertjes, want die zaten hem als gegoten en ze konden nog goed mee, vond vrouw Knap. Daarbij een wit overhemd dat Chroetsjow nog had meegemaakt.

Gewoonlijk had hij er een klassieke blauwe stropdas op met enkele dunne, gekleurde baantjes al naar gelang zijn ochtendhumeur. Alleen op feestelijke dagen completeerde een vlinderdas het ensemble. Hij strikte hem zelf; voorgevormde fabrieksstrikken waren hem net zo een doorn in het oog als biefstuk onder plastic in de supermarkt. Knap had een dunne haardos met een kaarsrechte scheiding in het midden. Als hij op een stormachtige herfstdag op kantoor arriveerde, leek hij soms net een Flandriën, zo'n ouderwetse Belgische wielrenner met zijn stofbril hoog op zijn bemodderde voorhoofd, pet net afgezet, na een dag dokkeren op de kasseien.

Wind, regen en slijk tegen, en niet eens bij de eerste twintig. Alleen keek Knap er bij alsof hij van pianoles kwam. Henri Knap hechtte binnen zijn financiële mogelijkheden en zijn degelijke maatschappelijke overtuiging aan een gedistingeerd voorkomen.

Het hoefde niet in jacquet maar enig decorum was toch gewenst als een verslaggever namens zijn krant en zijn lezers de burgemeester ondervroeg. Hij zei het op de redactie niet hardop want. Hij kende collega's die hun hele garderobe via de onkostennota hadden binnengehaald ter gelegenheid van ontvangsten waar de koningin bij werd verwacht en alles met de minister-president.

Geen van de redacteuren had gereageerd op het luidruchtige optreden van Lücker. Er bestond geen wij-gevoel bij de Hollandsche Nieuwe. Daar waakte de hoofdredacteur voor. Krantenvolk, dat staat daar algemeen om bekend. Als ze bij mij op survivaltocht willen, dan dragen ze zelf de kosten en zoals bij iedere andere poging tot zelfmoord: De hoofdredacteur sprak meestal luid en met minachting over zijn medewerkers, op een vanzelfsprekende toon, alsof Knap het beroepshalve alleen maar met hem eens kon zijn.

Vraag het mij dan niet, dacht die er vaak licht panisch bij, want hij vreesde zijn eigen luide bijval. Als ik op de tv iemand zie die zich manager van of in 't een of. Knap kreeg er een rood hoofd van: Knap dankte de lieve heer op zijn blote knieën dat er bij de Hollandsche Nieuwe op redactievergaderingen niet met handopsteken gestemd kon worden.

Hij vreesde het ergste, zeker als zijn zogenaamde collega's naar hun opvattingen over het vak was gevraagd. Gelukkig hoefde hij daar geen punt van te maken want het instituut van de redactievergadering bestond onder Lücker niet. Voor zover het de journalistiek betrof was Henri Knap na al die jaren niet zozeer çonservatief geworden als wel pragmatisch in de variant zonder overtuiging, illusies en idealen.

Aardig geschikt als leerling-verslaggever. In die tijd schreef Knap al steeds vaker alsof het weer oorlog was: Henri Knap had de overgangstijd tijd meegemaakt van een kleine redactie die vrijwel niets te vertellen had, daar geen behoefte aan had en daar dus ook niet opstandig van werd, want zo waren ze thuis opgevoed, tot de door de vakbond afgedwongen eerste redactievergaderingen waar de agenda binnen een half uur en liefst bij acclamatie was afgewerkt; veel mochten ze aanvankelijk toch niet.

Maar binnen een paar jaar was langs die weg de hele oude, conservatieve leidinggevende lichting verdwenen en bij handopsteken vervangen, vaak zonder afscheidsfeest, zonder groet, geen bloemen en als ze jaren later dood gingen zonder een necrologie of zelfs maar een meelevende advertentie van de hoofdredactie waar zijn punctialiteit bij het doorgeven van de scheepsberichten speciaal in benoemd werd.

Als je zulk eerbetoon wilde, kon je maar beter als jonge, mooie, vrouwelijke losse medewerkster onder de tram raken: De medezeggenschap was door de journalisten bevochten om de diversiteit van de pers te waarborgen tegen de schaalvergroting in, de commercialisering en de economische druk. Ze hadden gedacht met hun redactiestatuut het imposante verleden van hun krant voorgoed vast te leggen en te bewaken, een onverwoestbare pilaar te worden onder een levendige democratische samenleving, dwars tegen de verzakelijking in, tegen de concentraties en fusies, in het vertrouwen op een overheid die de pers zou steunen als het nog slechter met de kranten zou gaan.

Veertig jaar later legden hun opvolgers met behulp van dezelfde statuten vooral hun eigen positie en inkomen vast, zo ver mogelijk verwijderd van alles waar de krant ooit voor had gestaan. Ze mochten zelf hun hoofdredacteur aanwijzen en kozen er steeds vaker een die donders goed wist van wie hij voor zijn inkomen voortaan geheel afhankelijk was en die daar rekening mee hield in zijn personeelsbeleid.

Er was toch al niemand geweest die zich ooit iets van zijn inzichten had aangetrokken toen hij nog alleen maar chef was. Onafhankelijkheid en objectiviteit werden in de media meetbare begrippen gevonden. Nergens bij horen is ook ergens bij horen, beweerde Knap, maar dat werd fel bestreden door de meerderheid van de objectieve onafhankelijken van de laatste lichtingen. Het opsteken der handen tijdens een vergadering had alleen voeten in de aarde bij precaire kwesties die grote persoonlijke gevolgen konden dragen, als iedereen eerst wilde zien wat de vertrouwelingen van de hoofdredacteur op de voorste rij deden.

Geheime stemmingen werden zoveel mogelijk vermeden daar de hoofdredacteur dan geen zicht had op wie hem volgden. De uitvlucht heette dan dat de vraag om een schriftelijke stemming een gebrek aan vertrouwen in de eigen redactionele democratische spankracht verraadde. Ze begrepen niet eens dat de hoofdredacteur in werkelijkheid allang het willige, duur betaalde verlengstuk van de directie was dat de redactie zo gek moest zien te krijgen om mee te doen aan het hoofdpunt van de moderne bedrijfsvoering zowel in goede als in kwade tijden: Ambities werden niet langer op prijs gesteld, kwaliteit werd schouderophalend afgedaan, creativiteit was een bedenkelijk woord dat de hoofdredacteur in zijn plannen niet eens foutloos kon schrijven.

Het stelsel van beloningen was het belangrijkste wapen. Als het vuur hem te na aan de schenen werd gelegd, beweerde hij dat hij die stukjes van 'ze', de hoofdredacteur haalde z'n schouders eens op over zijn eigen redactie, niet eens las. Zo onbeduidend was iedereen in vergelijking met hem en zijn medestanders. Werd hij te zeer belaagd, dan deelde hij eens een ontslagje uit.

Kon makkelijk, want onder invloed van de wisselende economische inzichten was er volop sociaal bedoelde wetgeving gekomen om elke dwarsligger of gewone vijand er binnen een dag en zonder veel bijkomende kosten en heisa uit te kunnen schoppen.

Dat hield de rest wel koest. Mede op die basis was een veelkoppig monster ontstaan in een bedrijfstak die volgens zijn eigen uitgeschreven commentaren vond dat de rest van Nederland het best afgerekend kon worden op strenge prestatiecontracten, gemaximaliseerde salarissen, onmiddellijk af te schaffen bonussen, een ontslagverbod en een beschaafde bedrijfsvoering. Het was een verdachte positie, maar anders hadden ze niets meer om over te schrijven.

Onder invloed van de aandeelhouders hadden de kranten directies gekregen die meenden dat ze in de meest ruwe sector van de papierhandel zaten waar het krap aan verdienen is. Daar landden alom lompe, luidruchtige, per ongeluk omhooggevallen prutsers van op de cruciale kruispunten in de branche. Ze lieten zich manager van het een of ander noemen als de titel van CFO of CEO, wat dat mocht inhouden, al vergeven was en ook wat er verder nog aan afkortingen was komen overwaaien uit de VS.

Daar hoorden vanzelf hoofdredacteuren bij die al net zo makkelijk en schielijk verkasten als managers, die juist weer toe waren aan een nieuwe uitdaging als hun fouten en miscalculaties aan het licht dreigden te komen. Zo was een organisatie ontstaan die zich moeiteloos verdedigde tegen elke vorm van interne kritiek.

En de buitenwacht had zich al helemaal nergens mee te bemoeien. Zo slecht als het ging met de kranten, zoveel abonnees als ze verloren, zoveel verlies als ze maakten, zoveel kwaliteit als ze ingeleverd hadden, nog nooit was er een hoofdredacteur gesneuveld wegens wanbeleid. Laat staan een directeur. Ze moesten ook wel heel stom zijn als ze niet op tijd waren vertrokken. Hoofdredacteuren moesten hun belangrijkste bijdragen leveren tijdens vergaderingen van de concernleiding, als die ene, verdomde, marginale idioot van dat bijkans vergeten lokale sufferdje, die de inhoud van zijn krantje belangrijker vond dan het rendement van het hele bedrijf, overstemd moest worden.

Wie zich als manager in zo een groothandel had bewezen, kon overal in de tweedehands auto's direct aan de slag. In de moderne journalistiek was de belangstelling voor afkeurende voetnoten in eigen zaken snel tanende. Wat dat betreft marcheerde Knap in zijn nieuwe werkomgeving aardig gelijk mee op. Alleen van aanvaringen met de hoofdredacteur kon bij hem nauwelijks sprake zijn daar Lücker zich vrijwel niet met het productieproces van de Hollandsche Nieuwe bemoeide.

Hij had zijn redactionele werkformule op een A4tje geschreven en dat op de eerste dag aan Knap overhandigd: Knap betwijfelde of hij de lesboeken verder zelfs maar vluchtig had doorgenomen.

De hoofdredacteur had aan de wand van zijn kamer het ingelijste diploma hangen van een Amerikaanse universiteit waar hij afgestudeerd was in de Theory of Universal Masscommunications.

Knap had ook een paar keer spam gehad van dezelfde St. Johns' University of Harlingen, waar ze in elke gewenste wetenschappelijke richting voor vijftig dollar een certificaat verkochten. De belangrijkste aanbeveling luidde dat de student er helemaal niets voor hoefde te weten of te kunnen, laat staan dat zoiets gecontroleerd werd. Het overmaken van het schoolgeld was het eindexamen. Zo werd een halve eeuw later de wetenschap alsnog gedemocratiseerd naar de normen van de jaren zestig.

In de sombere buien, die Knap regelmatig overvielen, vond hij dat er eigenlijk maar weinig verschil was met de diploma's van de Hollandse journalistenmulo's. Als Lücker al eens vergaderde, dan was het met Holdert, zijn financieel adviseur, die zonder omhaal doelgericht over de redactie stuiterde, richting hoofdredacteur en weerom. Hakkie, zoals Lücker hem noemde, was een nerveus, mager ventje met blond stekeltjeshaar dat over zijn montuurloze brilletje heen met diep dedain neerkeek op iedereen die echt moest werken.

Hij had behoorlijke zeiloren. Het complete ensemble wekte slechts wantrouwen op bij Knap. Hij zou nog niet de besteding van een stuiver spaargeld aan dat onsympathieke sujet overlaten. De hoofdredacteur overlegde noodgedwongen elke dag kort met Knap, omdat die nu eenmaal de praktische leiding had.

Meestal was het niet meer dan een terloops gesprekje over een belangrijk onderwerp bij de Hollandsche Nieuwe zoals het weerbericht, afgesloten met wat onnozele marsorders of een platte grap die hij in het café of op de Rotary club had gehoord, daar zat weinig verschil tussen. Knap kon hem bij die gelegenheid de smoezen overbrengen voor allerlei bizarre verhalen waar Lücker op zat te wachten maar die nooit geschreven werden.

De meeste had hij elders gelezen en aanvankelijk had hij een paar keer gedreigd ze desnoods gewoon te laten overschrijven. Hij bedoelde dat een idee van Lücker meestal van die schoolkrantenrommel was die stonk naar: Lücker beheerste zich op zo een moment slechts met moeite, maar Knap had hem gewaarschuwd dat als hij iets te ferm met de zweep over de redactie zou knallen, ze hem op het laatste moment de ramp met de half lege pagina's zouden bezorgen.

Zo veel hadden zij van de journalistiek al wel begrepen. Zoiets hoefden ze maar één keer te doen, dan had elke hoofdredacteur in de gaten wie er werkelijk de baas was over zijn drukwerk. Knap schatte dat dit vaak ook zijn laatste woorden waren voor hij in slaap viel. En dan betrok hij er ook nog de regering bij, waar hij gelijkluidende denkbeelden over koesterde, hoe de coalitie er ook uit mocht zien en waar hij ook op gestemd had. Er mocht in de Hollandsche Nieuwe slechts onder uitzonderlijke omstandigheden aandacht worden besteed aan de politiek.

Lücker had onder dat kopje liever kopij over een beschonken minister die tegen een onnozel hectometerpaaltje aan was gereden, met een deuk in de bumper van zijn privéauto tot gevolg, dan dat er werd uitgeweid over een dreigende kabinetscrisis, een conflict met Vlaanderen of het afscheid van Europa. Een zatte minister, zo'n vent, die hangt! Tenminste, dat beweerde Lücker, maar hij had Knap tijdens diens sollicitatiegesprek al zijn half netto maandloon onder de tafel aangeboden als ze het bij een mondelinge afspraak konden houden.

Dat gelul met van die maandelijkse loonbrieven, dat wil jij helemaal niet. Ik zorg dat Hakkie Holdert dat voor jou regelt. Een man, een man, een woord, een woord.

Niet gelezen in de krant? Daar kun je het beste zelf voor sparen. Dat heb ik ook gedaan. Dan weet je zeker dat je een mooie oude dag hebt.

Hij had geen flauw idee hoe hij zwart geld kon witwassen, zonder meteen bij de bakker tegen de lamp te lopen. En hij maakte een aantekening. Het legertje van tientallen thuiswerkers dat de Hollandsche Nieuwe overal verspreid in het land had zitten, werd ouderwets per regel betaald. Althans, als ze daarop aandrongen, want er waren er die het voor niets deden. Het hield ze van de straat, ze hadden er een fijne hobby aan en ze dachten dat een gratis krant, die op het platteland niet eens werd verspreid, net zo een goed doel moest zijn als het Rode Kruis of de Zonnebloem, daar zag je ook alleen iets van als ze met een quiz op de televisie waren.

Op de redactie maakten ze er Nederlands van zonder opvallend veel fouten voor het genre. Niet dat Lücker zijn hele bedrijfsvoering zo had bedacht om de linkse quasi democratie van de jaren zestig, waar hij al zijn maatschappelijk ongenoegen aan ophing, nog een trap na te geven. In zijn kringen durfden velen dat pas een halve eeuw later voorzichtig te doen. Zijn benepen beloningssysteem zonder vertegenwoordigend overleg was een van de moderne liberale kurken waar inmiddels een belangwekkend deel van de maatschappij op dreef.

Het hoofdkantoor zat in Luxemburg, dat was ook Europa, dus dat was safe. De advertenties, niet bepaald een gestage stroom, kwamen. Hij had een mannetje uit de stad dat op afroep over het computersysteem waakte. Die had dan weer een bank op Guernsey voor de nota's. Hij had twee plekken gehuurd op een callcenter waar de telefonische oproepen voor de krant werden opgevangen en van een apaiserende smoes voorzien.

Voor de rest knapte hij alles zelf op. Hij wenste niet eens een secretaresse. Vertel mij wat, ik versleet ze bijkans per dozijn. Als die meiden een beetje ingewerkt zijn, knopen ze hun jurk dicht tot aan hun kin.

Maar een hoofdredacteur van het type Lücker had daar bij benadering nooit tussen gezeten. Lücker was dan ook niet gekozen of door het hoogste echelon benoemd, hij had zich de functie toegeëigend, zoals hij tevens chef personeelszaken was, alleen daar deed hij dan weer een stuk minder pretentieus over. Henri Knap moest toegeven dat Lückers opzet met al die amateurcorrespondenten in het land zo gek nog niet was. Zelfs de sjiekste echte kranten smeekten en soebatten dagelijks bij hun lezers om nieuwtjes voor op de website, om gekke dingetjes die ze gehoord hadden op straat of bij de buurtsuper, iets wat ze bij toeval hadden gezien of gefotografeerd, of kent u nog iemand die onlangs vermoord is?

Als het echt wat voorstelde maakten ze er op de redactie min of meer stiekem ook nog een stukje van voor in de krant. Een lezer die het puzzeltje naast het. Aan selectie deden ze nauwelijks op die websites, want ze moesten permanent vol zijn. Altijd minstens een meter scrollen voor de afnemers. Iemand kon zijn voet verstuiken en langs elektronische weg wereldnieuws worden omdat hij er zo gek bij had gekeken toen hij van de overkant van de straat gefilmd werd.

Filmpjes wilden ze graag. Prentjes ook, vooral van bekende Nederlanders die hand in hand waren gesnapt met een onbekende vrouw, blond graag. Als het achteraf de moeder van de bekende bleek, wreven ze ter redactie in hun handen, hadden ze een plaatje van het mens voor het in memoriam, als zij niet uitgenodigd werden aan haar doodsbed.

Verder waren ze gek op alles met politie, brandweer, ambulance of traumahelikopter er in. Elk loos alarm kon een bericht met foto worden, als er maar een brandweerman radeloos bij had gekeken. Onder elk bericht stond het verzoek aan de lezers om een portie verse hersendrab: Lückers correspondentenregime zou binnen een paar jaar gelden voor al het drukwerk van de resterende, noodlijdende kranten. Daar waren geen grote voorspellende gaven voor nodig, wist Knap. Aanvankelijk met van die verneukeratieve slijmheisa als: Tegen die tijd zou de directie de laatste redacteuren dwingen om van hun drukwerk een handzaam bijproduct voor de website te maken.

Als een lezer de opening van de krant aanklikte, kreeg hij een koekenpan cadeau of een geheel. Op die manier moest na verloop van tijd nog eens de helft van de verslaggevers eruit kunnen. En daarna moesten de aanklikkers, zoals de lezers dan waarschijnlijk zouden heten, betalen als ze hun stukje of hun plaatje gepubliceerd wilden zien.

Als voorschotje op die gouden tijden werden de journalistieke producties in de directionele plannen nu al content genoemd, inhoud, maar er werd gewoon vulling bedoeld of vullis eigenlijk, maar dat konden ze moeilijk opschrijven. Dan waren er alleen nog een paar goedkope klerken nodig om alles een beetje te fatsoeneren en de reacties te censureren, want die zouden nog steeds steevast afkomstig zijn van lui wier bovenkamer nauwelijks beter gestoffeerd was dan die van een baviaan in Artis.

Daar kon je er beter niet te veel van hebben voor zolang als je jezelf een kwaliteitsmedium bleef noemen. Zo gek was het niet dat Lücker voor de Hollandsche Nieuwe vertrouwde op zijn thuiswerkers, die meestal geen journalistieke wetten kenden en verder alle noodzakelijke bagage misten. Hij had een voorsprong te pakken. Hoofdredacteuren zijn ook redacteuren! Het bleek dat een vakbondsbestuurder informeerde naar de ongewenste cumulatie van de functies van hoofdredacteur en directeur bij de nieuwe krant en dan ook nog al die zogenaamde correspondenten.

Dan houdt ten minste iemand de centen nauwlettend in de gaten. Knap vermoedde dat Lücker op deze manier tevens zijn eigen werknemers probeerde te intimideren. En dat die leden van u de Hollandsche Nieuwe maar goed mogen lezen! Alsof hij van die titel alleen al vakbekwaam was geworden.

Henri Knap keek er niet van op. Bij zijn oude krant had hij de laatste jaren, net als in de hele krantenwereld, volop lui met donderend geraas omhoog horen vallen die dachten dat alle gevraagde kennis en kunde hun per benoeming vanzelf kwam aanwaaien. Vrouw Knap had schamper gelachen als hij ervan vertelde. Van sommigen van de collega's wist zij bijna even veel als van haar man. Lücker was naast zijn oorkonde blijven stilstaan, alsof hij verwachtte dat zijn chef redacteur er een kiekje van zou nemen voor in zijn plakboek.

Henri Knap waagde het niet hardop te zeggen, want dat zou hoe dan ook verkeerd uitpakken, maar een Lücker was nauwelijks een opvallende verschijning onder zijns gelijken. Intellectuele of politieke zwaargewichten waren in zijn functie een zeldzame verschijning geworden.

Het leek alsof een correspondentschapje in de Verenigde Staten nog de beste opleiding voor hoofdredacteur was. Als je wist waar New York ongeveer lag, had je al een aanbeveling te pakken. Zulke lui werden na een tijdje terug naar huis.

Ze konden hun eigen huishouden al nauwelijks bij elkaar houden. Ze profiteerden optimaal van hun naamsbekendheid. Want correspondenten in de VS waren contractueel verplicht om hun naam te zetten boven elke regel die ze overschreven uit de lokale media of meepikten van de plaatselijke radio en de nationale tv. Daar konden de lezers aan zien dat hun abonnementsgeld goed besteed was, dat het gerust wat mocht kosten om al dat papier van zo verre gevuld te krijgen.

De correspondenten konden ook gewoon thuis in Purmerend blijven, een schotelantenne aanschaffen en een bijbehorend kastje met kanalen. Namen ze internet erbij, waren ze net zulke thuiswerkers als hun collega's van de binnenland redactie.

Maar als zoiets uitkwam, voelden de lezers zich bedot. Daarom pikten ze vaak de onnozelste berichten uit de onbetrouwbaarste kranten. Dat was wel zo geloofwaardig en zoveel gebeurde er zelfs in de VS niet, dat ze uit pure nood een paar keer per week wel naar de yellow papers moesten grijpen om zich in het vaderland waar te maken.

Volop Amerikaanse akkefietjes, die geen aandacht hadden gegenereerd als ze hier gebeurd waren, promoveerden zo naar een belangwekkende plaats in de Nederlandse media omdat de correspondent er toevallig over gelezen had en nog veertig regels te vullen had gekregen.

Het management was gek op hoofdredacteuren met zulke internationale antecedenten. Geschikter vond je ze nergens. Weinig binding ook, met de rest van zo een lastige redactie.

Logisch, dat lui,  die met moeite de journalistenmulo hadden afgemaakt en eigenlijk een hekel aan het vak hadden, zich tussen zulk volk wrongen. Langs een managementcursus, een seminar onder leiding van een sportpresentator die van z'n gezond niet wist, een cursus alledaags Engels en meer van zulk spul dat eerder bedoeld was als een leuke aftrekpost voor de belastingen dan om er bedrijfsmatig voordeel uit te peuren, beklommen ze de krantenladder.

Ze hadden ook nog een middag over gloeiende kolen moeten lopen, maar dat konden ze maar beter geheim houden als ze elders in het bedrijfsleven nog eens hun slag wilden slaan. Hoofdredacteuren beschouwden hun functie niet langer als een eindstation. Het was meer een vage fase in hun leven. Elke dag hun naam op de voorkant van de krant en eens per maand als coryfee in een middagprogramma op de televisie, dat waren de emolumenten op korte termijn.

Het ging ze vooral om de naamsbekendheid als opstap naar een veel beter betaalde baan in de echte zakenwereld. Minstens directeur corporate communications bij een multinational. Zo'n verandering werd altijd verkocht als een geweldige promotie, als erkenning en als beloning voor al die intellectuele arbeid die ze blijkbaar bij de krant.

Of ze werden iets in de voorlichting nabij de regering. Met een beetje geluk werden ze dan nog eens staatssecretaris, als de premier een onbeduidende paljas tekort kwam voor het partijevenwicht in de coalitie. Liefde voor het vak, voor hun krant of voor een politieke richting vonden zij die daarbij voorop hadden moeten lopen een ouderwetse, vreemde, zelfs gevaarlijke afwijking.

Over zulke dingen was hun op de journalistenmulo in het geheel niets geleerd, noch op hun postdoctorale cursussen, laat staan dat ze er tijdens hun correspondentschap over hadden vernomen. Liefst praatten ze deftig na, schreven ze vluchtig over en dan snelden ze naar hun postvakje, benieuwd of er vandaag al een nieuwe uitdaging bij zat.

Een hoofdredacteur sprak in gezelschap liefst deftig van 'mijn krant'. Wel vaak al met een blos op de wangen. De hoofdredacteuren hadden ook steeds vaker een stoet adjuncten onder zich, alsof ze geen krant waren maar een fokvereniging. Eerste garnituur meelopers, die tevreden moesten worden gehouden met een apart titeltje. Ze hadden minder cursussen mogen volgen maar ze bleken net zo vluchtig als de hoofdredacteur voor zijn hele krant, gespecialiseerd in hun eigen zaterdagse bijlage, welk formaat die deze week mocht hebben of volgende maand weer zou hebben en of die nu over de cultuur ging, de wetenschap of de nieuwste hebbedingetjes, als zij er in godsvredesnaam maar adjunct-hoofdredacteur bij werden genoemd.

Op zaterdag speelde Knap met zijn echte krant in de. Hield hij een overzichtelijk setje over. Knap rilde nog bij de gedachte aan de vakantierubriek van driekwart kolom die hij ooit bij zijn oude krant een paar maanden erbij had moeten doen als vervanger van een collega die 's avonds laat met zijn dronken hersens was gestruikeld over een auto.

De versie van de betrokken chauffeur luidde op onderdelen anders. Knap had per week drie uur de tijd voor het overschrijven van wat reisfolders. Zijn geblesseerde collega had er een volledige dagtaak aan gehad. In de nieuwe eeuw was dat rubriekje een aparte zaterdagse bijlage van minimaal vijf pagina's geworden met een eigen adjunct-hoofdredacteur en met een pretentieuze cover waar in elegante letters 'reizen' op stond, dwars over elke week een andere mooie ansichtkaart heen.

Reizen, met een kleine letter, want dat stond exclusiever dan vakantie of toerisme. Dat was eens per jaar de bouwvak in de tent in Frankrijk of met de caravan naar Duitsland. Echt reizen dat deed de doelgroep het hele jaar door, in het weekeinde. Voor hun was het net zo een onderwerp geworden als de inrichting van het huis of alles over koken, zeg maar al die onbereikbare. Toch kregen de lezers de wereld in de bijlage aangeleverd alsof ze nog nooit gewaagd hadden het vaderland op eigen houtje te verlaten en al helemaal geen kaas hadden gegeten van geografie.

De bijlage betaalde zichzelf want bij reizen hoorden volop advertenties, schreeuwerige last minute-aanbiedingen tot de kleinste annonces voor de wildkampeerders, andere natuurliefhebbers en naturisten aan toe. En dan van alle soorten nog apart de terreur van de singles. Alleen, over één ding werd niet geschreven, wist Knap allang: Daar bestond een stilzwijgende afspraak over onder de specialisten en de reisbureaus. Als het tijdens zo'n gratis geheel verzorgde persreis steeds regende, zou de touroperator maar met de gebakken peren zitten.

Liever stelden de verslaggevers hun volgende gratis reis veilig door er tegen de regen en kou iets extra gevaarlijks doorheen te gooien: Nooit iets over buikloop of tropische ziekten, dat moest de bijlage wetenschap maar opvangen. Twee keer per jaar luidde de coverstory 'In de voetsporen van James Joyce'. De VVV van Dublin stond. Die daar waren uitzonderlijk scheutig met vliegtickets, hotelvouchers en consumptiebonnen, geldig in alle pubs van de stad.

En hoorde een bondige samenvatting van Ulysses bij want als ze die eerst helemaal hadden moeten lezen, kregen ze geen man over de vloer. Ook Warschau gooide hoge ogen voor herhaalde bezoeken. De meiden van het toeristenbureau daar deden alles voor een positief artikeltje. Alles, wisten ze in de branche. Meest gelezen rubriek van de bijlage was uiteraard het weekeindje weg. Aanvankelijk was dat een sloom columnpje geweest van een schrijfster die nooit bezuiden Maastricht was geraakt, over plaatsen waar zij van had gehoord en graag een keer heen wilde.

Maar dat kon er niet vanaf. Zij moest het gewoon opzoeken in de folders en de encyclopedie. Bij gelegenheid van de laatste formaatwijziging was dat op verzoek van de reisbranche een hele pagina geworden. De schrijfster was vervangen door een modieuze man. Die ging dan met zijn man naar Barcelona voor de tapa's bij Alfredo di Stefano op de Ramblas.

En anders naar een opvoering in de opera van Verona; met de zangeressen scheen het behelpen maar ze hadden er echte olifanten. Stond er een foto bij, drie keer zo groot als de ronkende tekst, bleek alleen dat die van de illustratieredactie vergeten waren dat Pavarotti allang dood was: Knap zuchtte diep, de media kregen steeds vaker een hekel aan journalistiek. Ook de televisie, waar ze de achterstand op de echte journalistiek al nooit meer hadden.

Ze konden het daar niet 'reizen' noemen, die doelgroep was te klein en zat waarschijnlijk elders naar verantwoorde praatprogramma's en documentaires te kijken. Bij hun volkje was kamperen in een gehuurde tent of caravan altijd raak en alles met all-in vakanties in Spanje of Turkije. De adverteerders, sponsors en andere bedrijven die in de aftiteling werden bedankt, bepaalden waar hun kijkers dit jaar heen moesten, hoe ze er kwamen, wat ze er aan moesten trekken en wat ze er van vonden.

Hij haalde zijn neus eens op: Het was tenminste nog een krant en de aftakeling ging net zo hard voor andere beroepen op: Het waren ooit achtenswaardige functionarissen geweest met gedurende vele generaties patriciërsfamilies als hofleveranciers.

Tegenwoordig figureerden hun nazaten steeds vaker met slechts hun initialen in onthullende berichten. Pastoors waren er vrijwel niet meer. Maar ook de laatsten dier Mohikanen lieten de kans op een publicitair aantrekkelijk zedenschandaaltje niet gauw aan zich voorbij gaan.

Lücker had op de dag dat hij hem had aangenomen al quasi terloops bij Henri Knap geïnformeerd of die wist of hij zich moest aanmelden bij de organisatie van hoofdredacteuren. Want dat was de bekroning op de aanschaf van een dagblad. Volop aanzien op de Lions Club, waar ze allemaal dachten dat hij nu op voet van jij en jou was met de hele regering.

Lücker had Knap bedachtzaam aangekeken: Hoofdredacteuren waren vroeger in principe ook journalisten, nietwaar? Of dat jij ze anders een tip geeft? Dat ze achter mij aan komen. Dat is nordic walking voor mensen met veel geld en weinig interesses.

Bij mij komt er geen enkele Thaise jongen aan boord. Zul jij eens zien wat voor nieuws daar uit komt met al dat televisievolk elke dag bij mij aan boord. Eens in de maand een menselijke reportage op de buis over mijn gouden kranen in alle kajuiten.

Hij had geen idee hoe het genootschap van hoofdredacteuren, alleen zo een naam voor ijdeltuiten al, aan zijn leden kwam, of er geballoteerd werd of dat iemand er vanzelf bij hoorde als zij alleen maar. Zoiets zal het zijn, dacht Knap. Bij een in principe intellectueel beroep kun je geen eisen stellen over de oplage of de doelgroep.

Hij had in zijn rol van verslaggever de soort een keer vergaderend bij elkaar gezien. Voortreffelijke consumpties maar inhoudelijk nauwelijks een schoolreisje. Massage - Tantra massage: Thaise massage maassluis, orionmc. Ik geef hierbij aan Midhold bv, of enig aan Midhold B. Thaise massage weesp hollandse porno nl Kom je uitleven in mijn playroom met sling, muziekje, pornofilm.

Erotische massage lelystad webcamsex gratis - oasis Dat een baanbrekende statistiek: Juridisch Veilig afspreken Privacystatement Cookiestatement Algemene voorwaarden. Super slanke geile meid van 31 half lang donkerblond haar, kleine borsten,intiem geschoren is dageli. Thaise massage maassluis, jbstudio. Turks Turkse Masseur geeft algehele ontspanningsmassage · Lichaamsmassage.

Hoi ik ben Halfbloed jongeman van 38 jaar van Turks Turkse afkomst. Mijn vakgebied is geven van Ontspannings massage Eventueel kan ik je Turks T. Gay massage in Lelystad.




Erotic massage in utrecht neuken langs de snelweg

  • 769
  • JONGEN PIJPT ZICHZELF NAAKTE SLETJES
  • Suikeroom sex sperma slikkende meiden
  • Vrouw met grote kut pijpdate friesland

Gratis neuken tilburg sex afspraak groningen