Pseudo arts keuring prive ontvangst tiel

Meisjes die elkaar beffen lekker kut neuken







To utefois, e n tant qu' autorité d e contrôle de l'Etat membre d'accueil, la CBFA disposera d'une compétence de contrôle limitée au contrôle du respect des dispositions légales et réglementaires, applicables en Belgique aux sociétés de gestion d'organismes de placement collectif et à leurs opérations, pour des raisons d'intérêt général, en ce compris les règles de conduite à respecter en cas de prestation de services d'investissement, ainsi que des dispositions législatives, réglementaires et administratives régissant la commercialisation des parts d'organismes de placement collectif, en vigueur en Belgique, et qui ne relèvent pas du domain Hier regelt men bij voorrang de elementen van de strafuitvo ering die momenteel geen wettelijk e basis he bben, zoals de uitgaansvergunning, het penitentiair verlof en het ele ktronisch toezicht.

Le projet à l'examen règle en priorité les éléments de l'exécution de la peine qui sont actuellement dépourvus de base légale, comme la permission de sortie, le congé pénitentiaire, e t la surve illance él ectronique.

Om naleving van artikel 32, lid 3 Beginse len van he t publiek toezicht te waarbo rgen, word t een persoon die geen beroepsbe oefenaar i s, geacht voldoende bekend te zijn met de vakg ebieden di e voor de wettelijke controle van jaarre keningen van belang zijn, als hij op grond van vroegere beroepsuitoefening bekwaam is of als hij kennis bezit op ten minste een van de in artikel 8 genoemde vakgebieden. Overwegende dat volgens de huidige reglementering de brandveiligheid van de logiesverstrekkende bedrijven voor onbepaalde termijn wordt vastgesteld bij het verlenen van de vergunning, zodat er achteraf geen wettelijk toezicht of controle is en er niet op geregelde tijdstippen nieuwe attesten moeten worden voorgelegd waaruit de verdere naleving blijkt van de specifieke brandveiligheidsnormen; dat het verblijf van de gasten in de logiesverstrekkende bedrijven op de meest veilige manier georganiseerd en gevrijwaard moet worden; dat uit een recent onderzoek bij de logiesverstrekkende bedrijven met een attest van vóór 1 januari is gebleken dat dit niet het geval is; dat onverwijld een tijdsbeperking van vijf jaar ingevoerd moet worden op de Considérant qu'aux termes de la réglementation actuelle la protection contre l'incendie des entreprises d'hébergement est réglée à terme indéfini lors de la délivrance de l'autorisation, de façon qu'ultérieurement aucune surveillance ou contrôle légal n'est exercé et qu'aucune nouvelle attestation certifiant l'application des normes spécifiques en matière de protection contre l'incendie ne doit être produite; que le séjour des clients des entreprises d'hébergement doit être organisé et assuré en toute sécurité; qu'une enquête récente auprès des entreprises d'hébergement possédant une attestation datant d'avant le 1 janvier fait apparaître que tel n'est pas le cas; que la validité d'une attestation doit être limitée immédiatement à cinq Wat opvalt in het Franse systeem is dat van alle democratische landen die over interceptiesystemen beschikken, Frankrijk he t enige la nd is dat geen wettelijk e regeling heeft uitgewerkt met betrekking tot het recht op privacy van de burg ers of een vorm van toezicht heeft geo rganiseerd voor de COMSAT-activiteit van de DGSE.

Ce qui frappe en ce qui concerne le système français, c'est que, contrairement à tous les autres pays démocratiques disposant de systèmes d'interception, la France n'a pas élaboré de réglementation légale relative au droit à la vie privée des citoyens. Anderen hebben gezocht naar: Wordscope — Uitsluitend kwalitatief hoogstaande informatie! Deze Content wordt in ongewijzigde vorm beschikbaar gesteld. Elke op deze website aangeboden Content wordt voor eigen risico gebruikt.

Wij wijzen elke aansprakelijkheid af voor de nauwkeurigheid, volledigheid of actualiteit van de aangeboden informatie. Alle aangelegenheden die verband houden met deze website en het gebruik ervan vallen onder Belgisch recht. Bij geschillen en betwistingen zijn de rechtbanken van Brussel bij uitsluiting bevoegd. Door gebruik te maken van deze website, geeft u aan akkoord te gaan met de toepasselijke gebruiksvoorwaarden. Zoekt u de juiste vertaling van een woord in een specifieke context? Zoekt u juridische informatie?

Met Wordscope kunt u een uitgelezen selectie van betrouwbare websites doorzoeken! Officiële teksten, alle onderwerpen en vakgebieden.

De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3. Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen.

Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 dag of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.

Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3. Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving.

Aan de kennisgeving kunnen voorwaarden worden verbonden. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld. De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 2.

L Ar,LT op de gevel van gevoelige gebouwen. L Ar,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen. L Amax op de gevel van gevoelige gebouwen. L Amax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen. Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de uren tussen 7.

Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing. Het eerste lid geldt niet indien artikel 4: Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit, toestellen of geluids apparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, de Provinciale milieuverordening of het Bouwbesluit Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluid hinder veroorzaakt.

Het is verboden zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluid hinder ontstaat. In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: In afwijking van het bepaalde in artikel 4: De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht. Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast redelijkerwijs valt te verwachten. Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste twaalf maanden.

De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste twaalf maanden verlengen. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging. Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats alsmede buiten de bebouwde kom in een door het college aangewezen openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen. Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.

Het college kan gebieden aanwijzen waar zij bijzondere regels kan stellen in het kader van de bescherming van het milieu. Het bewaren van houtopstanden. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast. In het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, kan het college plaatsen aanwijzen die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg zijn gelegen, waar het verboden is de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:.

Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een door hem aangeduid voorwerp of stof op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Provinciale Verordening. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren die vanaf een openbare plaats zichtbaar is.

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits:. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:. In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.

Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd.

Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid.

Onverminderd het bepaalde in artikel 1: Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel 4: Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de gronden, genoemd in artikel 4: Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente. Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:.

Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:. Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. Op de ontheffing is paragraaf 4. Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.

Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren.

Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:.

Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening. Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.

Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter of een breedte van meer dan 2,05 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een breedte van meer dan 2,05 meter te parkeren op wegen of weggedeelten binnen de bebouwde kom, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.

Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar te parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden.

Het is verboden met een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door of deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of in een voor recreatief gebruik beschikbaar terrein, met uitzondering van de aldaar aangelegde wegen en fietspaden, of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook. Het college kan openbare plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, op een openbare plaats te laten staan. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden. Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt.

In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, geldt er een meldingsplicht voor de inzameling van geld voor plaatselijke verenigingen en stichtingen met een algemeen gemeenschaps belang. De melding ingevolge het vierde lid wordt geacht te zijn gedaan wanneer minstens twee weken voor de inzameling schriftelijk aan het college de volgende gegevens zijn doorgegeven:.

Het college kan binnen vijf dagen na ontvangst van de melding besluiten de openbare inzameling van geld als bedoeld in het eerste lid te verbieden. In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. Het verbod van artikel 5: De weigeringsgrond van artikel 5: In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren:.

De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c binnen vier weken voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van:. De snuffelmarkt kan worden gehouden indien de burgemeester niet binnen twee weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu.

De burgemeester geeft daarvan binnen twee weken na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van redenen bericht. Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet.

Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.

De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, het Rijnvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.

Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water.

Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:.

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening.

Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5: De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening.

Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens artikel 5: Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening. Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.

Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening. Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden.

Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren. Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets of met een fiets of een rij- of trekdier.

Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen:.

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden:. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:. Verbod vuur te stoken. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.

Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:. Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. In afwijking van artikel 1: Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel , aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.

Op de ontheffing bedoelt in het derde lid is paragraaf 4. In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.

Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden. Straf-, overgangs- en slotbepalingen. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1: In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2: Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.

Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening, behoudens hoofdstuk 3, gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.

De in artikel 6: De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zevenaar en de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rijnwaarden , met inbegrip van de latere wijzigingen, worden ingetrokken gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zevenaar Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2.

Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6: Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een besluit - hoe ook genaamd - op grond van de verordening bedoeld in artikel 6. Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift, betreffende een besluit, bedoeld in het eerste lid, dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 6. In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een besluit - hoe ook genaamd - van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereist besluit, indien deze aanvraag ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend.

Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een besluit vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in de verordening als bedoeld in artikel 6. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zevenaar. In dit artikel wordt een aantal begrippen dat in de verordening wordt gehanteerd, gedefinieerd.

Van een aantal specifieke begrippen, dat wil zeggen begrippen die op een bepaald onderdeel van deze verordening betrekking hebben, zijn in de desbetreffende afdeling definities opgenomen.

Bij de wijziging van zijn een aantal definities vervallen of verplaatst:. De definitie van voertuigen het oude nummer 1. Deze begripsomschrijving wordt maar op enkele plaatsen in de APV gebruikt. Voertuigen worden waarnodig voortaan op die plaats gedefinieerd. Hetzelfde geldt voor vaartuigen het oude nummer 1. De definitie van vee het oude nummer 1. Door aan te sluiten bij de Meststoffenwet ontstond een enigszins willekeurige groep dieren die onder de APV kwamen te vallen, er daarmee een al even willekeurige groep die daar dus niet onder viel.

Verder is "vee" een welomschreven begrip uit het dagelijks spraakgebruik, dat verder geen definitie nodig heeft om in een juridische tekst bruikbaar te zijn. Over de in artikel 1: Hiervoor is aangehaakt bij de Wet openbare manifestaties Wom.

Artikel 1, eerste lid, WOM bepaalt wat een openbare plaats is, namelijk een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik open staat voor het publiek. Deze definitie kent dus twee criteria.

Ten eerste moet de plaats open staan voor het publiek. Het tweede criterium is dat het open staan van de plaats moet zijn gebaseerd op bestemming of vast gebruik.

Voorbeelden van openbare plaatsen in de zin van artikel 1, eerste lid, WOM zijn: Een aantal van de in deze verordening opgenomen bepalingen hebben betrekking op verboden gedragingen "op of aan de weg".

Dat verschilt aanzienlijk van de oude omschrijving, waar praktisch iedere publiek toegankelijke ruimte onder het begrip "weg" viel. Daarop is kritiek gekomen, met name omdat het begrip "weg" op die manier wel erg ver af kwam te staan van wat het normale spraakgebruik daaronder verstaat.

In de aanwijzingen voor de decentrale regelgeving is juist aangegeven dat het normale spraakgebruik zoveel mogelijk moet worden gevolgd aanwijzing Bij die artikelen waarvan het duidelijk de bedoeling is dat er zaken worden geregeld die zich niet alleen op of aan de weg afspelen, is gekozen voor de omschrijving "openbare plaats".

In de wetgeving bestaan verschillende definities van het begrip "weg":. Een van de grondbeginselen van de Wegenwet is dat het verkeer op wegen die openbaar zijn in de zin van deze wet, het onbetwistbaar recht van vrij gebruik heeft behoudens bepaalde beperkingen; zie hierna ;. In eerdere versies van deze toelichting was op deze plaats een nogal uitvoerige verhandeling opgenomen over de betekenis van het begrip "weg" in de Wegenwet en de Wegenverkeerswet.

De volledigheid ging hier ten koste van de leesbaarheid en overzichtelijkheid. Ook valt te betwijfelen of er aan deze theoretische achtergrond veel behoefte bestond.

Vandaar dat deze paragrafen zijn geschrapt. Uiteraard zijn de teksten op verzoek nog wel beschikbaar. Verschillende bepalingen in deze verordening hebben betrekking op verboden gedragingen "op of aan de weg". De term "aan de weg" duidt begripsmatig op een zekere nabijheid ten opzichte van de weg. Daaronder vallen bijvoorbeeld voortuinen van huizen en andere open ruimtes die aan de weg zijn gelegen.

Daaronder valt echter niet wat zich binnenshuis bevindt of afspeelt. Ook treinstations vallen buiten het bereik van de APV. Artikel 27 van de Spoorwegwet en de daarop gebaseerde Algemeen Reglement Vervoer regelen het bevoegd gezag inzake veiligheid, orde en rust op en om stations. Een "openbaar water" in de zin van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek is ieder water, dat open staat voor het publiek.

De reikwijdte van een aantal artikelen in deze verordening is of kan beperkt zijn tot de bebouwde kom. Voor het begrip "bebouwde kom" kan aangesloten worden bij de aanwijzing van gedeputeerde staten van de bebouwde kom krachtens artikel 27, lid 2, van de Wegenwet. Voor de duidelijkheid zou de grens van de bebouwde kom op een topografische kaart weergegeven kunnen worden en als bijlage bij de APV gevoegd kunnen worden. Hieronder wordt verstaan de rechthebbende naar burgerlijk recht.

Deze omschrijving verwijst naar artikel 1. Deze omschrijving verwijst naar artikel 1, onder c, van de Woningwet: In het vierde lid van artikel 7 van de Grondwet, betreffende de vrijheid van meningsuiting, wordt handelsreclame commerciële reclame met zoveel woorden buiten de werking van dit artikel geplaatst. Dit is vooral van belang in verband met het bepaalde in het eerste lid van artikel 7, dat zich volgens vaste jurisprudentie verzet tegen een vergunningsstelsel voor de verspreiding van gedrukte stukken e.

Aan een vergunningsstelsel voor handelsreclame staat het grondwetsartikel niet in de weg. Onder het begrip "reclame" dient te worden verstaan: Door dit te beperken tot "handelsreclame" heeft de in het vierde lid geformuleerde uitzondering slechts betrekking op reclame voor commerciële doeleinden in de ruime zin des woords en omvat zij elk aanbod van goederen en diensten, maar is zij niet van toepassing op reclame voor ideële doeleinden.

Dit betekent niet dat handelsreclame helemaal niet beschermd wordt. Deze verdragsbepalingen verzetten zich echter niet tegen een vergunningsstelsel. Die is van toepassing op de vergunning voor aanleg of veranderen van een weg artikel 2: De vergunning voor het aanleggen of veranderen van een weg is aangewezen in artikel 2. De omgevingsvergunning wordt door één bevoegd gezag beoordeeld en doorloopt één procedure. De beslissing op de aanvraag kent ook één procedure van rechtsbescherming.

Het bevoegd gezag is in de meeste gevallen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar het project zal worden verricht. In een beperkt aantal gevallen berust de bevoegdheid tot toestemmingsverlening niet bij het College van burgemeester en wethouders, maar bij het College van gedeputeerde staten en in enkele gevallen bij een Minister.

Het bevoegd gezag is integraal verantwoordelijk voor het te nemen besluit en is tevens belast met de bestuursrechtelijke handhaving.

Zie verder ook de toelichting bij de artikelen 2: Daarmee wordt dan gedoeld op ofwel het College van burgemeester en wethouders, ofwel de burgemeester. De Wabo brengt hierin geen verandering. Dit begrip wijst zich vanzelf.

Het gaat hier om het gehele gebied binnen de genoemde straten. Strandovergang is openbare weg in de zin van artikel 4, lid 1, onder II, Wegenwet. Nu in dit geval onvoldoende vaststaat dat de strook grond een weg in de zin van artikel 1 APV was, staat evenmin vast dat het verbod van artikel 9. HR , NJ , Het uitgangspunt van artikel 4: Zo kan worden nagegaan wat voor iedere situatie een goede beslistermijn is.

In dit model hebben wij de beslistermijn vastgesteld op acht weken eerste lid. Dit is gelijk aan de maximumtermijn die in artikel 4: Uiteraard kan een gemeente ook kiezen voor een andere, kortere, beslistermijn of zelfs voor per type besluit verschillende beslistermijnen.

Dit laatste doet bij uitstek recht aan het algemeen beginsel dat elke termijn redelijk moet zijn. Tijdig beslissen is een rechtsplicht voor elk bestuursorgaan.

Het merendeel van de aanvragen zal binnen acht weken kunnen worden afgehandeld. Meer ingewikkelde aanvragen, zeker die waarvoor meerdere adviezen moeten worden ingewonnen, vergen soms meer tijd. De verlenging van de beslistermijn biedt dan uitkomst.

Ook deze termijn hebben we in het model op acht weken gesteld tweede lid. Ook hier geldt dat een individuele gemeente een andere termijn kan vastleggen. Uitgangspunt blijft altijd dat die termijn redelijk moet zijn. Indien de aanvrager meent dat de verlenging niet redelijk is, kan hij daartegen in bezwaar en beroep gaan. Op vergunningprocedures voor wat betreft diensten is artikel 13 van de Dienstenrichtlijn van toepassing. Het derde lid bepaalt dat de aanvraag binnen een redelijke, vooraf vastgestelde termijn wordt behandeld.

De achtweken-termijn van artikel 1: Artikel 13, derde lid, van de Dienstenrichtlijn bepaalt voorts dat de beslistermijn eenmaal door de bevoegde instantie mag worden verlengd, indien dit gerechtvaardigd wordt door de complexiteit van het onderwerp. Dit houdt in dat voor verlenging een stevige motivering is vereist met gebruikmaking van dit criterium. De verlenging en duur ervan worden met redenen omkleed vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn ter kennis van de aanvrager gebracht worden.

Het derde lid is een implementatie van deze verplichting. Indien de Dienstenrichtlijn van toepassing is, wordt op grond van artikel 13, vijfde lid de ontvangst van elke vergunningaanvraag zo snel mogelijk bevestigd. De ontvangstbevestiging moet de volgende informatie bevatten: Het gaat hier om toepassing van de lex silencio. Een bevoegde instantie bevestigt eveneens de ontvangst van een melding die een dienstverrichter krachtens wettelijk voorschrift bij een bevoegde instantie dient te verrichten, indien door het doen van die melding en een bij wettelijk voorschrift bepaald tijdsverloop een voorwaarde wordt vervuld voor toegang tot of de uitoefening van een dienst.

Op grond van de Dienstenrichtlijn gaat de termijn pas in op het tijdstip waarop alle documenten zijn ingediend. Artikel 13, zesde lid bepaalt dat wanneer een aanvraag onvolledig is, de aanvrager zo snel mogelijk wordt meegedeeld dat hij aanvullende documenten moet verstrekken, en, in voorkomend geval, welke gevolgen dit heeft voor de in artikel 13, derde lid, bedoelde termijn.

Hiermee wordt bedoeld dat moet worden meegedeeld dat de termijn pas aanvangt als de gevraagde documenten zijn ontvangen. Deze regeling wijkt af van die van artikel 4: Als de aanvraag is aangevuld, loopt de termijn weer verder door. De tekst van het eerste lid is in overeenstemming gebracht met die van artikel 3.

Inhoudelijk is er niets veranderd. Het derde lid is toegevoegd omdat artikel 3. De wegaanlegvergunning art 2: De indieningsvereisten voor een aanvraag om een vergunning of ontheffing die onder de Wabo valt, staan in de Ministeriele regeling omgevingsrecht Mor. De algemene indieningsvereisten staan in artikel 1. De aanvrager voorziet de aanvraag van een aanduiding van de locatie van de aangevraagde activiteit of activiteiten. De aanvrager doet bij de aanvraag een gespecificeerde opgave van de kosten van de te verrichten werkzaamheden.

In Hoofdstuk 7 van de Mor staan nog bijzondere indieningsvereisten. Daarvan zijn in het kader van de APV alleen die voor het vellen van houtopstanden van belang. Zie daarvoor de toelichting bij artikel 4: Deze bepaling is in geschrapt. De wetgever heeft in de Awb een sluitend systeem neergelegd voor de afhandeling van aanvragen: Wel moet de aanvrager de kans krijgen om de aanvraag aan te vullen.

In dat systeem past niet dat de gemeente een nieuwe reden introduceert waarmee een aanvraag buiten behandeling kan worden gelaten.

In plaats van buiten behandeling laten zal een aanvraag die onredelijk laat wordt ingediend waardoor een goede beoordeling niet mogelijk is moeten worden afgewezen. Zie in dit verband de toelichting bij artikel 1: In literatuur en jurisprudentie is men het erover eens dat de bevoegdheid tot het verbinden van voorschriften in beginsel aanwezig is in die gevallen waarin het al dan niet verlenen van die vergunning of ontheffing ter vrije beslissing staat van het beschikkende orgaan.

Toch verdient het uit een oogpunt van duidelijkheid aanbeveling deze bevoegdheid uitdrukkelijk vast te leggen. Daarbij moet ook - ten overvloede - worden aangegeven dat die voorschriften uitsluitend mogen strekken ter bescherming van de belangen in verband waarmee het vereiste van vergunning of ontheffing is gesteld. Niet-nakoming van voorschriften die aan een vergunning of ontheffing verbonden zijn, kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning of ontheffing dan wel voor toepassing van andere administratieve sancties.

De vraag of bij niet-nakoming van vergunningsvoorschriften bestuursdwang kan worden toegepast, wordt in het algemeen bevestigend beantwoord. Het handelen in strijd met een vergunnings- of ontheffingsvoorschrift is dan immers ook verboden en levert dus een overtreding op waartegen met een last onder bestuursdwang kan worden opgetreden. Bij vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn o.

De reden is dat artikel 2. Artikel 10 van de Dienstenrichtlijn bepaalt dat vergunningstelsels gebaseerd moeten zijn op criteria die ervoor zorgen dat de bevoegde instanties hun beoordelingsbevoegdheid niet op willekeurige wijze uitoefenen. Ook de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning worden verbonden, dienen hieraan te voldoen. Zie voor wat onder dwingende reden van algemeen belang en evenredigheid wordt verstaan: Op grond van het vijfde lid van artikel 10 wordt de vergunning pas verleend nadat na een passend onderzoek is vastgesteld dat aan de vergunningvoorwaarden is voldaan.

Het derde lid zegt, dat de vergunningvoorwaarden voor een nieuwe vestiging gelijkwaardige, of gezien hun doel in wezen vergelijkbare, eisen en controles waaraan de dienstverrichter al in een andere of dezelfde lidstaat onderworpen is, niet mogen overlappen. In de APV opgenomen algemene strafbepaling artikel 6: Daardoor staat ook straf op het overtreden van aan een vergunning of ontheffing verbonden voorschriften.

Een vergunning wordt persoonlijk genoemd, als die alleen of vooral is verleend vanwege de persoon van de vergunningaanvrager diens persoonlijke kwaliteiten, zoals het bezit van een diploma of een bewijs van onbesproken levensgedrag. De persoonlijke vergunning is in beginsel niet overdraagbaar, tenzij de regeling dat uitdrukkelijk bepaalt of dit uit de aard van de vergunning voortvloeit. Een voorbeeld van een persoonsgebonden vergunning is de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet.

Een persoonlijke vergunning is ook de standplaatsvergunning. Dit vanwege het persoonlijke karakter van de ambulante handel en omdat het aantal aanvragen om vergunning het aantal te verlenen vergunningen meestal verre overtreft.

Het zou onredelijk zijn als een standplaatsvergunning zonder meer kan worden overgedragen aan een andere terwijl een groot aantal aanvragers op de wachtlijst staat. Als een vergunning of ontheffing zowel voor de aanvrager als voor zijn rechtsopvolger geldt, is het verstandig een voorschrift op te nemen dat de houder van de vergunning of ontheffing verplicht binnen twee weken schriftelijk te melden dat hij zijn vergunning heeft overgedragen, met vermelding van de naam en het adres van de nieuwe houder van de vergunning of ontheffing.

Voor de overdraagbaarheid van APV-vergunningen, zie: Knijff, Rechtsopvolging bij vergunningen in de gemeentepraktijk, GS , , onder 3. De in het eerste lid genoemde intrekkings- en wijzigingsgronden hebben een facultatief karakter "kan". Het hangt van de omstandigheden af of tot intrekking of wijziging wordt overgegaan. Zo zal niet iedere niet-nakoming van vergunningsvoorschriften leiden tot intrekking van de vergunning.

Met name het rechtzekerheids- en het vertrouwensbeginsel beperken nogal eens de bevoegdheid tot wijziging en intrekking. Als het bestuursorgaan overweegt om de vergunning of ontheffing in te trekken of te wijzigen, dient het de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun bedenkingen in te dienen artikel 4: Intrekking van een vergunning vereist een zorgvuldige voorbereiding.

Als specifieke kennis bij het bestuursorgaan ontbreekt, moet advies worden ingewonnen. Zes werkdagen zijn daarvoor voldoende.

Vóór juni kende de model-APV geen bepaling die een geldingsduur aangaf voor een krachtens het model verleende vergunning of ontheffing. Vergunningvoorwaarden konden bepalen dat de vergunning of ontheffing periodiek moest worden verlengd. Het streven naar lastenvermindering voor burger en overheid en toetsing aan de Europese Dienstenrichtlijn hebben ertoe geleid in artikel 1: Artikel 11 van de Dienstenrichtlijn stelt dat vergunningen geen beperkte geldingsduur mogen hebben, tenzij: Deze procedure moet transparant en onpartijdig zijn en de verleende vergunning mag niet buitensporig lang geldig zijn, automatisch worden verlengd of enig voordeel toekennen aan de dienstverrichter wiens vergunning net is komen te vervallen.

In het bijzonder moet de geldigheidsduur zodanig worden vastgesteld dat de vrije mededinging niet in grote mate wordt belemmerd of beperkt dan nodig is met het oog op de afschrijvingen van de investeringen en een billijke vergoeding van het geïnvesteerde kapitaal. Sommige vergunningen lenen zich uit de aard alleen voor verlening voor bepaalde tijd.

Dit is bijvoorbeeld het geval bij een evenementenvergunning of een standplaatsvergunning voor een oliebollenkraam rond de jaarwisseling.

Zie voor de betekenis van "een dwingende reden van algemeen belang" bij de toelichting onder artikel 1: Het ligt ook daarom in de rede dat een vergunning voor onbepaalde duur blijft gelden indien de omstandigheden niet wijzigen. Pas bij gewijzigde omstandigheden dient de vergunning opnieuw te worden bezien.

Ook daarbij wordt rekening gehouden met de noodzaak- en proportionaliteitseis. Bij geringe wijziging van omstandigheden die geen gevolgen hebben voor het algemeen belang, kan de vergunning niet worden gewijzigd of ingetrokken.

De noodzaak daarvoor ontbreekt. Vergunningstelsels zijn in de model-APV als volgt geformuleerd: Vergunningstelsels kenden tot vervolgens een artikellid of -leden met weigeringsgronden. Deze werden op verschillende manier omschreven wat suggereerde dat in verschillende bepalingen materieel andere weigeringsgronden golden. Dit was meestal niet het geval. In het kader van deregulering en vermindering van administratieve lasten is kritisch naar de weigeringsgronden gekeken.

We hebben ter bevordering van de systematiek en duidelijkheid binnen de model-APV ervoor gekozen om in Hoofdstuk I algemene weigeringsgronden te benoemen.

In de afzonderlijke vergunningstelsels zijn de betreffende artikel led en vervallen. Alleen als er voor een vergunning andere weigeringsgronden gelden dan de in artikel 1: In een enkel geval horecaexploitatievergunningstelsel en vergunning voor seksinrichting is van artikel 1: Tegelijkertijd met de deregulering van de vergunningstelsels van de model-APV zijn deze gescreend aan de Europese Dienstenrichtlijn.

Het gaat daarbij om de volgende stelsels: Gokactiviteiten zijn van de werking van de Europese Richtlijn uitgezonderd, zodat de speelautomatenvergunning niet onder het regime valt. Het begrip vergunningstelsel in de zin van de Dienstenrichtlijn is breder dan wij dit kennen. Daaronder vallen ook meldingsplichten. Onder vergunning verstaat de Dienstenrichtlijn immers: Hieruit volgt dat een melding wordt aangemerkt als een vergunning.

Een voorbeeld van een meldingsplicht binnen deze verordening is een eendaags klein evenement. Bij het screenen van de model-APV aan de Dienstenrichtlijn is het volgende in ogenschouw genomen. In theorie bestaan er drie verschillende regimes: In het licht van deze regimes moet worden bekeken of en in hoeverre vergunningstelsels zijn toegestaan.

Er is overeenkomstig de rechtspraak van het HvJ sprake van vestiging, als er een daadwerkelijke uitoefening van een economische activiteit voor onbepaalde tijd vanuit een duurzame vestiging wordt verricht. Aan die eis kan ook zijn voldaan als een onderneming voor een bepaalde tijd wordt opgericht of als er een gebouw wordt gehuurd van waaruit de ondernemer zijn activiteiten onderneemt.

In het licht van beide regimes moet worden bekeken of een vergunningstelsel is toegestaan. Het artikel staat vergunningstelsels toe, mits aan de volgende vereisten is voldaan:. Het begrip dwingende redenen van algemeen belang zoals bedoeld in artikel 9 is door het Hof van Justitie ontwikkeld en kan zich nog verder ontwikkelen.

Dit begrip omvat de volgende gronden: De tijdelijke dienstverrichter overschrijdt de grens om in Nederland zijn dienst te verrichten, maar vestigt zich hier niet. Hierop ziet artikel 16 van de Dienstenrichtlijn vrij verkeer van diensten. Hier gelden veel strengere criteria om een vergunnings eis te stellen:.

Voor wat betreft de noodzakelijkheidseis stelt artikel 16 dan ook een strengere eis dan artikel 9;. Tenslotte zijn er de Nederlandse dienstverleners. In theorie staat de richtlijn toe dat de overheid aan een Nederlandse dienstverlener zwaardere eisen stelt dan aan een buitenlandse partij, maar dit is in de praktijk en vanuit het oogpunt van rechtsgelijkheid niet wenselijk. Wij achten het op dezelfde gronden evenmin gewenst een onderscheid aan te brengen tussen verschillende soorten van dienstverleners tijdelijke grensoverschrijders, vestigers en dus ook Nederlandse dienstverleners.

Anders zou de dienstverlener die zich vanuit een andere lidstaat hier vestigt een bevoorrechte positie hebben ten opzichte van degene die de grens overschrijdt om zijn diensten aan te bieden of beide dienstverleners ten opzichte van de eigen onderdanen. Niet alleen de eis van het hebben van een vergunning geldt voor hen gelijkelijk, maar ook de gronden om een vergunning te weigeren zijn voor de drie categorieën aanvragers dezelfde.

Daarom zijn de weigeringsgronden algemeen geformuleerd zodat ze gelden voor interne én internationale verhoudingen. Er is aangesloten bij het lichtste regime van de richtlijn artikel De richtlijn geldt niet voor het verkopen van goederen.

Dit is immers geen dienst. Ook in dit geval zou rechtsongelijkheid kunnen ontstaan doordat de verkoper niet, maar de dienstverlener wel onder de richtlijn valt. Daarom is in de model-apv geen onderscheid gemaakt tussen verkoop en dienstverlening voor wat betreft de weigeringsgronden.

Enkele voorheen gehanteerde weigeringsgronden komen niet meer als zodanig voor in de richtlijn. De vraag waar deze dan wel onder vallen kan als volgt worden beantwoord:. Vanouds is de APV een openbare orde en overlast-verordening.

Ook de Dienstenrichtlijn spreekt niet over overlast. Te denken valt aan geluidsoverlast, geurhinder, overlast veroorzaakt door stof, afval e. Overlast, veroorzaakt door vuurwerk, valt eveneens onder bescherming van het milieu of zelfs gezondheid. De verkeersveiligheid valt aan te merken als een dwingende reden van algemeen belang als bedoeld in artikel 9 rule of reason.

Maar ook is er sprake van een belang dat te scharen valt onder de volksgezondheid, als het voorkomen van verkeersslachtoffers het te beschermen belang betreft. Deze gronden op grond waarvan voorheen een evenementenvergunning kon worden geweigerd, bijvoorbeeld bij het uitbreken van mond- en klauwzeer gezondheid kunnen als een belang van volksgezondheid worden aangemerkt. Het begrip zedelijkheid valt onder het begrip openbare orde, zoals dit wordt uitgelegd in overweging Te denken valt aan de bescherming van de menselijke waardigheid of in het geval van dierenmishandeling bijvoorbeeld gansslaan, palingtrekken of zwijntjetik betreft onder het belang van dierenwelzijn.

In het verleden is het beschermen van een redelijk voorzieningenniveau in de gemeente ten behoeve van de consument als een openbare orde-belang aangemerkt. De gedachte was dat gevestigde winkeliers geconfronteerd worden met hoge exploitatiekosten die niet in verhouding staan tot de vrij lage exploitatiekosten van de straathandelaren. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State blijkt dat het reguleren van de concurrentieverhoudingen niet als een huishoudelijk belang van de gemeente wordt aangemerkt.

Hierop wordt door de Afdeling slechts één uitzondering toegestaan, namelijk wanneer het voorzieningenniveau voor de consument in een deel van de gemeente in gevaar komt. Wil een gemeente op basis hiervan een vergunning weigeren dan moet worden aangetoond, mede aan de hand van de boekhouding van de plaatselijke winkelier, dat het voortbestaan van de winkel in gevaar komt als vanaf een standplaats dezelfde goederen aangeboden worden. De Dienstenrichtlijn staat deze weigeringsgrond voor standplaatsvergunningen waar mede diensten worden verleend niet toe, omdat dit wordt beschouwd als een economische, niet toegestane, belemmering voor het vrij verkeer van diensten.

Het blijft echter nog wel mogelijk om deze weigeringsgrond te hanteren bij een standplaats voor het verkopen van goederen zie artikel 5: Daarop is de richtlijn immers niet van toepassing. In het kader van de Vreemdelingenwet Vw dient bij de aanvraag om een vergunning een verblijfsrechtelijke toets plaats te vinden alvorens tot vergunningverlening kan worden overgegaan. Artikel 9, tweede lid, van de Vw schept een verplichting om desgevraagd bij een aanvraag voor een beschikking anders dan op grond van de Vw , een document te overleggen waaruit het rechtmatige verblijf blijkt.

Gemeenten kunnen bij verordening geen aanvullende gronden stellen waarmee een aanvraag buiten behandeling kan worden gelaten, zoals voorheen was gedaan in artikel 1: Het is echter weinig zinvol — voor zowel de gemeente als de aanvrager — om te beginnen met een inhoudelijk toetsing van een aanvraag als door het late tijdstip van indienen van de aanvraag een —volledige en — goede beoordeling hiervan niet redelijkerwijs mogelijk is vóór de beoogde datum van de activiteit waarvoor de aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft.

Een vergunning of ontheffing zal in dergelijke gevallen niet tijdig verleend kunnen worden. Zie in dit verband ook artikel 3: Een snelle weigering schept snel duidelijkheid voor de aanvrager en voorkomt een onnodige inspanning aan de kant van de gemeente. Het tweede lid biedt nu een weigeringsgrondslag voor dergelijke gevallen, voor zover de betreffende aanvraag is ingediend minder dan drie weken voor de beoogde datum van de beoogde activiteit en daardoor een behoorlijke behandeling van de aanvraag niet mogelijk is.

Gemeenten dienen zich er van bewust te zijn dat zij een vergunningaanvraag niet kunnen weigeren op een andere grond dan de grondslag van het vergunningstelsel. Dit zou immers in strijd zijn met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Een weigering dient vanzelfsprekend voldoende gemotiveerd te zijn. Gemotiveerd moet worden welke weigeringsgrond van toepassing is en waarom. Algemene toelichting afdeling 1, Orde en veiligheid op openbare plaatsen. In deze afdeling zijn bepalingen opgenomen die bedoeld zijn om zowel het gebruik als de bruikbaarheid van de weg in goede banen te kunnen leiden en de openbare orde op andere openbare plaatsen te waarborgen. De diverse functies van de openbare ruimte, onder andere voor demonstraties, optochten en feesten, vraagt om een scheiding dan wel regulering van het gebruik.

Het begrip "samenscholing" is ontleend aan artikel WvSr: Zie hierover de in het commentaar bij het tweede lid genoemde jurisprudentie. Onder omstandigheden is het denkbaar dat een samenscholing het karakter heeft van bijvoorbeeld een betoging. Gelet op de Wet openbare manifestaties moeten dit soort samenscholingen van de werking van dit artikel uitgezonderd worden.

In het vijfde lid is dit dan ook gebeurd. Aan de politieambtenaar mag slechts een begrensde "bevoegdheid" tot het geven van aanwijzingen e. De aanwijzing, last e. De rechter blijft volkomen vrij in de beoordeling van de feiten.





Gratis adverteren erotiek domina huren

  • Sex massage zaandam sex in uden
  • Pseudo arts keuring prive ontvangst tiel
  • LEKKERE CUTJES WIL JIJ MIJ NEUKEN



Man beft shemale seksdate


Attestations légales Pas d'attestations légales 2. Attestations requises - Permis de conduire B - Examen médical pour le transport cérémoniel - Vaccination obligatoire maladies professionnelles - Certificat de bonnes vie et moeurs Vu pour être joint à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 mars portant reconnaissance de la qualification professionnelle de assistant funéraire.

Indien de verzekerings- of herverzekeringsonderneming nauwe banden heeft met een natuurlijke of rechtspersoon die onder het recht van een derde land ressorteert, mogen de voor d ie persoon geldende wettelijke en bestuu rsrechteli jke bepalingen of de tenu itvoerlegg ing ervan geen belemmeri ng vormen voor het indi vidueel pr udentieel toezicht op de ond erneming o f voor het toezicht op de groep waarvan de onderneming deel uitmaakt.

Si l'entreprise d'assurance ou de réassurance a des liens étroits avec une personne physique ou morale relevant du droit d'un pays tiers, les dispositions législatives, réglementaires et administratives applicables à cette personne ou leur mise en oeuvre ne peuvent entraver l'exer cice du co ntrôle pru dentiel in dividuel d e l'entrep rise ou du contrôle du groupe dont fait partie l'entreprise.

Indien de sporter een onvoldoende hoeveelheid urine produceert, wordt d e procedur e voor de gedeeltelijke monsterne ming gebru ikt, in de volgende volgode: Si le sportif fournit un volume d'urine insuffisant, la procédure de prélèvement partiel d'échantillon est appliquée, dans l'ordre qui suit: Is dat statuut wettelijk i n orde aan gezien er geen arbeidsre glement we rd ingediend bij de AD Toezicht op de Soc iale Wette n?

Ce statut est-il pleinement légal compte tenu de l'absence de règlement de travai l déposé a ux lois so ciales? Toch z al ook de CBFA, als toezicht houdende a utoriteit van de lidstaat van ontvangst, over een toezichtsbevoegdheid beschikken, die weliswaar beperkt zal blijven tot, enerzijds, het toezicht op de nalevi ng van de wettelijke en reglem entaire be palingen die, om redenen van algemeen belang, in België van toepassing zijn op de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging en hun verrichtingen, inclusief de gedragsregels die bij het verrichten van beleggingsdiensten moeten worden nageleefd, en, anderzijds, het toezicht o To utefois, e n tant qu' autorité d e contrôle de l'Etat membre d'accueil, la CBFA disposera d'une compétence de contrôle limitée au contrôle du respect des dispositions légales et réglementaires, applicables en Belgique aux sociétés de gestion d'organismes de placement collectif et à leurs opérations, pour des raisons d'intérêt général, en ce compris les règles de conduite à respecter en cas de prestation de services d'investissement, ainsi que des dispositions législatives, réglementaires et administratives régissant la commercialisation des parts d'organismes de placement collectif, en vigueur en Belgique, et qui ne relèvent pas du domain Hier regelt men bij voorrang de elementen van de strafuitvo ering die momenteel geen wettelijk e basis he bben, zoals de uitgaansvergunning, het penitentiair verlof en het ele ktronisch toezicht.

Le projet à l'examen règle en priorité les éléments de l'exécution de la peine qui sont actuellement dépourvus de base légale, comme la permission de sortie, le congé pénitentiaire, e t la surve illance él ectronique. Om naleving van artikel 32, lid 3 Beginse len van he t publiek toezicht te waarbo rgen, word t een persoon die geen beroepsbe oefenaar i s, geacht voldoende bekend te zijn met de vakg ebieden di e voor de wettelijke controle van jaarre keningen van belang zijn, als hij op grond van vroegere beroepsuitoefening bekwaam is of als hij kennis bezit op ten minste een van de in artikel 8 genoemde vakgebieden.

Overwegende dat volgens de huidige reglementering de brandveiligheid van de logiesverstrekkende bedrijven voor onbepaalde termijn wordt vastgesteld bij het verlenen van de vergunning, zodat er achteraf geen wettelijk toezicht of controle is en er niet op geregelde tijdstippen nieuwe attesten moeten worden voorgelegd waaruit de verdere naleving blijkt van de specifieke brandveiligheidsnormen; dat het verblijf van de gasten in de logiesverstrekkende bedrijven op de meest veilige manier georganiseerd en gevrijwaard moet worden; dat uit een recent onderzoek bij de logiesverstrekkende bedrijven met een attest van vóór 1 januari is gebleken dat dit niet het geval is; dat onverwijld een tijdsbeperking van vijf jaar ingevoerd moet worden op de Considérant qu'aux termes de la réglementation actuelle la protection contre l'incendie des entreprises d'hébergement est réglée à terme indéfini lors de la délivrance de l'autorisation, de façon qu'ultérieurement aucune surveillance ou contrôle légal n'est exercé et qu'aucune nouvelle attestation certifiant l'application des normes spécifiques en matière de protection contre l'incendie ne doit être produite; que le séjour des clients des entreprises d'hébergement doit être organisé et assuré en toute sécurité; qu'une enquête récente auprès des entreprises d'hébergement possédant une attestation datant d'avant le 1 janvier fait apparaître que tel n'est pas le cas; que la validité d'une attestation doit être limitée immédiatement à cinq Wat opvalt in het Franse systeem is dat van alle democratische landen die over interceptiesystemen beschikken, Frankrijk he t enige la nd is dat geen wettelijk e regeling heeft uitgewerkt met betrekking tot het recht op privacy van de burg ers of een vorm van toezicht heeft geo rganiseerd voor de COMSAT-activiteit van de DGSE.

Ce qui frappe en ce qui concerne le système français, c'est que, contrairement à tous les autres pays démocratiques disposant de systèmes d'interception, la France n'a pas élaboré de réglementation légale relative au droit à la vie privée des citoyens. Anderen hebben gezocht naar: Wordscope — Uitsluitend kwalitatief hoogstaande informatie! Deze Content wordt in ongewijzigde vorm beschikbaar gesteld. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke.

Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan. In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder geval vermeld:. Naast de gestelde eisen in het eerste lid, is de exploitant en de beheerder niet:.

Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk gesteld:. De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:. De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in artikel 3: Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven op maandag tot en met zondag tussen Het bevoegd bestuursorgaan kan door middel van een voorschrift als bedoeld in artikel 1: Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3.

Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften. Onverminderd het bepaalde in artikel 3: Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3: De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in de seksinrichting:. Het is verboden, door handelingen, houding, woord, gebaar of op andere wijze, passanten tot prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken.

Het is de rechthebbende op, huurder of gebruiker van een onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel of seksboetiek, waar seksartikelen aan particulieren plegen te worden aangeboden, in gebruik te nemen of te hebben. Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing verlenen.

Een ontheffing als bedoeld in het tweede lid wordt alleen verleend indien geen strijd ontstaat met de in artikel 3: Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan te bieden of aan te brengen:.

Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet.

Het bevoegd bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag om vergunning bedoeld in artikel 3. Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste twaalf weken verdagen. De vergunning bedoeld in artikel 3: Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1: Beëindiging exploitatie; wijziging beheer.

De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3: Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd bestuursorgaan. Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3: Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder, indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant heeft besloten de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen.

Het bepaalde in artikel 3: In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is besloten.

Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2. De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.

Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het begin van een nieuw kalenderjaar bekend. Het college kan wanneer een collectieve festiviteit redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid aanwijzen. Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 dag of dagdelen per kalenderjaar incidentele festiviteiten te houden waarbij de geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2. Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel 3.

Het college stelt een formulier vast voor het doen van een kennisgeving. Aan de kennisgeving kunnen voorwaarden worden verbonden. De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.

De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het college op verzoek van de houder van een inrichting een incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien was, terstond toestaat. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals bedoeld in artikel 2. L Ar,LT op de gevel van gevoelige gebouwen. L Ar,LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen.

L Amax op de gevel van gevoelige gebouwen. L Amax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen. Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de uren tussen 7. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.

Het eerste lid geldt niet indien artikel 4: Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of van het Besluit, toestellen of geluids apparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, de Provinciale milieuverordening of het Bouwbesluit Degene die de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluid hinder veroorzaakt.

Het is verboden zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving geluid hinder ontstaat. In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: In afwijking van het bepaalde in artikel 4: De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht.

Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat overlast redelijkerwijs valt te verwachten. Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste twaalf maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een periode van ten hoogste twaalf maanden verlengen. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging.

Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats alsmede buiten de bebouwde kom in een door het college aangewezen openbare plaats zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen. Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.

Het college kan gebieden aanwijzen waar zij bijzondere regels kan stellen in het kader van de bescherming van het milieu. Het bewaren van houtopstanden. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast. In het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, kan het college plaatsen aanwijzen die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg zijn gelegen, waar het verboden is de volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben:.

Het is verboden op een door het college aangewezen plaats een door hem aangeduid voorwerp of stof op te slaan, te plaatsen of aanwezig te hebben. Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of krachtens de Provinciale Verordening.

Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of te voeren die vanaf een openbare plaats zichtbaar is.

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften of aankondigingen van kennelijk tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits:. Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden geweigerd:. In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin van artikel 2.

Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit is bestemd of mede bestemd. Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld in het eerste lid. Onverminderd het bepaalde in artikel 1: Het college kan plaatsen aanwijzen waarop het verbod van artikel 4: Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van de gronden, genoemd in artikel 4: Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente.

Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:. Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet gerekend:.

Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:. Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. Op de ontheffing is paragraaf 4. Het is verboden op een door het college aangewezen weg een voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te bieden of te verhandelen.

Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden, langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te parkeren. Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde toestand verkeert op de weg te parkeren.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer. Het is verboden een woonwagen, kampeerwagen, caravan, camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander dergelijk voertuig dat voor de recreatie dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:.

Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de Provinciale landschapsverordening.

Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter of een breedte van meer dan 2,05 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.

Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een breedte van meer dan 2,05 meter te parkeren op wegen of weggedeelten binnen de bebouwde kom, waar dit parkeren naar zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare parkeerruimte.

Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde verboden ontheffing verlenen. Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4 meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of overlast wordt aangedaan.

Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. Het is verboden een voertuig met stankverspreidende stoffen daar te parkeren waar bewoners of gebruikers van nabijgelegen gebouwen of terreinen daarvan hinder of overlast kunnen ondervinden.

Het is verboden met een voertuig, fiets of bromfiets te rijden door of deze te doen of te laten staan in een park of plantsoen of in een voor recreatief gebruik beschikbaar terrein, met uitzondering van de aldaar aangelegde wegen en fietspaden, of een van gemeentewege aangelegde beplanting of groenstrook. Het college kan openbare plaatsen aanwijzen waar het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.

Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand verkeren, op een openbare plaats te laten staan. Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden.

Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan: Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring gehouden wordt. In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, geldt er een meldingsplicht voor de inzameling van geld voor plaatselijke verenigingen en stichtingen met een algemeen gemeenschaps belang. De melding ingevolge het vierde lid wordt geacht te zijn gedaan wanneer minstens twee weken voor de inzameling schriftelijk aan het college de volgende gegevens zijn doorgegeven:.

Het college kan binnen vijf dagen na ontvangst van de melding besluiten de openbare inzameling van geld als bedoeld in het eerste lid te verbieden. In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: Het is verboden zonder vergunning van het college een standplaats in te nemen of te hebben. Het college kan de vergunning weigeren wegens strijd met een geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit.

Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is ingenomen. Het verbod van artikel 5: De weigeringsgrond van artikel 5: In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: Het is verboden een snuffelmarkt te organiseren:. De organisator doet de melding als bedoeld in het eerste lid, onder c binnen vier weken voorafgaand aan de snuffelmarkt met vermelding van:.

De snuffelmarkt kan worden gehouden indien de burgemeester niet binnen twee weken na ontvangst van de melding heeft beslist dat het organiseren van de snuffelmarkt wordt verboden in het belang van de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu. De burgemeester geeft daarvan binnen twee weken na ontvangst van de melding aan de organisator met opgaaf van redenen bericht.

Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de zin van de Winkeltijdenwet. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.

Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, het Rijnvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening, of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.

Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar water. Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:.

Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening. Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5: De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.

Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale landschapsverordening. Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar te stellen in strijd met het krachtens artikel 5: Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening. Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken. Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.

Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening. Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.

Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden. Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.

Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit geluidproductie sportmotoren.

Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een motorvoertuig, een bromfiets of met een fiets of een rij- of trekdier. Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is.

Het kan daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen:. Het verbod in het eerste lid geldt niet voor bestuurders van motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van paarden:. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet:.

Verbod vuur te stoken. Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:.

Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. In afwijking van artikel 1: Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel , aanhef en onder 1 of 3, van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening. Op de ontheffing bedoelt in het derde lid is paragraaf 4. In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing: Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.

Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of overlast wordt veroorzaakt voor derden.

Straf-, overgangs- en slotbepalingen. Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op grond van artikel 1: In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 2: Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.

Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening, behoudens hoofdstuk 3, gegeven voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.

De in artikel 6: De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zevenaar en de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Rijnwaarden , met inbegrip van de latere wijzigingen, worden ingetrokken gelijktijdig met de inwerkingtreding van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zevenaar Deze verordening treedt in werking op het tijdstip waarop artikel 2. Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6: Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een besluit - hoe ook genaamd - op grond van de verordening bedoeld in artikel 6.

Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift, betreffende een besluit, bedoeld in het eerste lid, dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 6. In afwijking van het in het eerste lid bepaalde, blijft een besluit - hoe ook genaamd - van kracht, totdat onherroepelijk is beslist op een aanvraag voor een, krachtens een in deze verordening overeenkomstig opgenomen gebod of verbod vereist besluit, indien deze aanvraag ten minste acht weken voor afloop van de in het eerste lid genoemde termijn bij het bevoegde bestuursorgaan is ingediend.

Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een besluit vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in de verordening als bedoeld in artikel 6. Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Zevenaar. In dit artikel wordt een aantal begrippen dat in de verordening wordt gehanteerd, gedefinieerd. Van een aantal specifieke begrippen, dat wil zeggen begrippen die op een bepaald onderdeel van deze verordening betrekking hebben, zijn in de desbetreffende afdeling definities opgenomen.

Bij de wijziging van zijn een aantal definities vervallen of verplaatst:. De definitie van voertuigen het oude nummer 1. Deze begripsomschrijving wordt maar op enkele plaatsen in de APV gebruikt. Voertuigen worden waarnodig voortaan op die plaats gedefinieerd. Hetzelfde geldt voor vaartuigen het oude nummer 1. De definitie van vee het oude nummer 1. Door aan te sluiten bij de Meststoffenwet ontstond een enigszins willekeurige groep dieren die onder de APV kwamen te vallen, er daarmee een al even willekeurige groep die daar dus niet onder viel.

Verder is "vee" een welomschreven begrip uit het dagelijks spraakgebruik, dat verder geen definitie nodig heeft om in een juridische tekst bruikbaar te zijn. Over de in artikel 1: Hiervoor is aangehaakt bij de Wet openbare manifestaties Wom. Artikel 1, eerste lid, WOM bepaalt wat een openbare plaats is, namelijk een plaats die krachtens bestemming of vast gebruik open staat voor het publiek. Deze definitie kent dus twee criteria. Ten eerste moet de plaats open staan voor het publiek.

Het tweede criterium is dat het open staan van de plaats moet zijn gebaseerd op bestemming of vast gebruik. Voorbeelden van openbare plaatsen in de zin van artikel 1, eerste lid, WOM zijn: Een aantal van de in deze verordening opgenomen bepalingen hebben betrekking op verboden gedragingen "op of aan de weg".

Dat verschilt aanzienlijk van de oude omschrijving, waar praktisch iedere publiek toegankelijke ruimte onder het begrip "weg" viel. Daarop is kritiek gekomen, met name omdat het begrip "weg" op die manier wel erg ver af kwam te staan van wat het normale spraakgebruik daaronder verstaat. In de aanwijzingen voor de decentrale regelgeving is juist aangegeven dat het normale spraakgebruik zoveel mogelijk moet worden gevolgd aanwijzing Bij die artikelen waarvan het duidelijk de bedoeling is dat er zaken worden geregeld die zich niet alleen op of aan de weg afspelen, is gekozen voor de omschrijving "openbare plaats".

In de wetgeving bestaan verschillende definities van het begrip "weg":. Een van de grondbeginselen van de Wegenwet is dat het verkeer op wegen die openbaar zijn in de zin van deze wet, het onbetwistbaar recht van vrij gebruik heeft behoudens bepaalde beperkingen; zie hierna ;.

In eerdere versies van deze toelichting was op deze plaats een nogal uitvoerige verhandeling opgenomen over de betekenis van het begrip "weg" in de Wegenwet en de Wegenverkeerswet. De volledigheid ging hier ten koste van de leesbaarheid en overzichtelijkheid. Ook valt te betwijfelen of er aan deze theoretische achtergrond veel behoefte bestond. Vandaar dat deze paragrafen zijn geschrapt.

Uiteraard zijn de teksten op verzoek nog wel beschikbaar. Verschillende bepalingen in deze verordening hebben betrekking op verboden gedragingen "op of aan de weg". De term "aan de weg" duidt begripsmatig op een zekere nabijheid ten opzichte van de weg.

Daaronder vallen bijvoorbeeld voortuinen van huizen en andere open ruimtes die aan de weg zijn gelegen. Daaronder valt echter niet wat zich binnenshuis bevindt of afspeelt. Ook treinstations vallen buiten het bereik van de APV. Artikel 27 van de Spoorwegwet en de daarop gebaseerde Algemeen Reglement Vervoer regelen het bevoegd gezag inzake veiligheid, orde en rust op en om stations. Een "openbaar water" in de zin van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek is ieder water, dat open staat voor het publiek.

De reikwijdte van een aantal artikelen in deze verordening is of kan beperkt zijn tot de bebouwde kom. Voor het begrip "bebouwde kom" kan aangesloten worden bij de aanwijzing van gedeputeerde staten van de bebouwde kom krachtens artikel 27, lid 2, van de Wegenwet. Voor de duidelijkheid zou de grens van de bebouwde kom op een topografische kaart weergegeven kunnen worden en als bijlage bij de APV gevoegd kunnen worden.

Hieronder wordt verstaan de rechthebbende naar burgerlijk recht. Deze omschrijving verwijst naar artikel 1. Deze omschrijving verwijst naar artikel 1, onder c, van de Woningwet: In het vierde lid van artikel 7 van de Grondwet, betreffende de vrijheid van meningsuiting, wordt handelsreclame commerciële reclame met zoveel woorden buiten de werking van dit artikel geplaatst.

Dit is vooral van belang in verband met het bepaalde in het eerste lid van artikel 7, dat zich volgens vaste jurisprudentie verzet tegen een vergunningsstelsel voor de verspreiding van gedrukte stukken e.

Aan een vergunningsstelsel voor handelsreclame staat het grondwetsartikel niet in de weg. Onder het begrip "reclame" dient te worden verstaan: Door dit te beperken tot "handelsreclame" heeft de in het vierde lid geformuleerde uitzondering slechts betrekking op reclame voor commerciële doeleinden in de ruime zin des woords en omvat zij elk aanbod van goederen en diensten, maar is zij niet van toepassing op reclame voor ideële doeleinden.

Dit betekent niet dat handelsreclame helemaal niet beschermd wordt. Deze verdragsbepalingen verzetten zich echter niet tegen een vergunningsstelsel. Die is van toepassing op de vergunning voor aanleg of veranderen van een weg artikel 2: De vergunning voor het aanleggen of veranderen van een weg is aangewezen in artikel 2.

De omgevingsvergunning wordt door één bevoegd gezag beoordeeld en doorloopt één procedure. De beslissing op de aanvraag kent ook één procedure van rechtsbescherming. Het bevoegd gezag is in de meeste gevallen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar het project zal worden verricht. In een beperkt aantal gevallen berust de bevoegdheid tot toestemmingsverlening niet bij het College van burgemeester en wethouders, maar bij het College van gedeputeerde staten en in enkele gevallen bij een Minister.

Het bevoegd gezag is integraal verantwoordelijk voor het te nemen besluit en is tevens belast met de bestuursrechtelijke handhaving. Zie verder ook de toelichting bij de artikelen 2: Daarmee wordt dan gedoeld op ofwel het College van burgemeester en wethouders, ofwel de burgemeester. De Wabo brengt hierin geen verandering. Dit begrip wijst zich vanzelf. Het gaat hier om het gehele gebied binnen de genoemde straten. Strandovergang is openbare weg in de zin van artikel 4, lid 1, onder II, Wegenwet.

Nu in dit geval onvoldoende vaststaat dat de strook grond een weg in de zin van artikel 1 APV was, staat evenmin vast dat het verbod van artikel 9. HR , NJ , Het uitgangspunt van artikel 4: Zo kan worden nagegaan wat voor iedere situatie een goede beslistermijn is. In dit model hebben wij de beslistermijn vastgesteld op acht weken eerste lid.

Dit is gelijk aan de maximumtermijn die in artikel 4: Uiteraard kan een gemeente ook kiezen voor een andere, kortere, beslistermijn of zelfs voor per type besluit verschillende beslistermijnen. Dit laatste doet bij uitstek recht aan het algemeen beginsel dat elke termijn redelijk moet zijn. Tijdig beslissen is een rechtsplicht voor elk bestuursorgaan. Het merendeel van de aanvragen zal binnen acht weken kunnen worden afgehandeld. Meer ingewikkelde aanvragen, zeker die waarvoor meerdere adviezen moeten worden ingewonnen, vergen soms meer tijd.

De verlenging van de beslistermijn biedt dan uitkomst. Ook deze termijn hebben we in het model op acht weken gesteld tweede lid. Ook hier geldt dat een individuele gemeente een andere termijn kan vastleggen.

Uitgangspunt blijft altijd dat die termijn redelijk moet zijn. Indien de aanvrager meent dat de verlenging niet redelijk is, kan hij daartegen in bezwaar en beroep gaan. Op vergunningprocedures voor wat betreft diensten is artikel 13 van de Dienstenrichtlijn van toepassing.

Het derde lid bepaalt dat de aanvraag binnen een redelijke, vooraf vastgestelde termijn wordt behandeld. De achtweken-termijn van artikel 1: Artikel 13, derde lid, van de Dienstenrichtlijn bepaalt voorts dat de beslistermijn eenmaal door de bevoegde instantie mag worden verlengd, indien dit gerechtvaardigd wordt door de complexiteit van het onderwerp. Dit houdt in dat voor verlenging een stevige motivering is vereist met gebruikmaking van dit criterium. De verlenging en duur ervan worden met redenen omkleed vóór het verstrijken van de oorspronkelijke termijn ter kennis van de aanvrager gebracht worden.

Het derde lid is een implementatie van deze verplichting. Indien de Dienstenrichtlijn van toepassing is, wordt op grond van artikel 13, vijfde lid de ontvangst van elke vergunningaanvraag zo snel mogelijk bevestigd. De ontvangstbevestiging moet de volgende informatie bevatten: Het gaat hier om toepassing van de lex silencio. Een bevoegde instantie bevestigt eveneens de ontvangst van een melding die een dienstverrichter krachtens wettelijk voorschrift bij een bevoegde instantie dient te verrichten, indien door het doen van die melding en een bij wettelijk voorschrift bepaald tijdsverloop een voorwaarde wordt vervuld voor toegang tot of de uitoefening van een dienst.

Op grond van de Dienstenrichtlijn gaat de termijn pas in op het tijdstip waarop alle documenten zijn ingediend. Artikel 13, zesde lid bepaalt dat wanneer een aanvraag onvolledig is, de aanvrager zo snel mogelijk wordt meegedeeld dat hij aanvullende documenten moet verstrekken, en, in voorkomend geval, welke gevolgen dit heeft voor de in artikel 13, derde lid, bedoelde termijn.

Hiermee wordt bedoeld dat moet worden meegedeeld dat de termijn pas aanvangt als de gevraagde documenten zijn ontvangen.

Deze regeling wijkt af van die van artikel 4: Als de aanvraag is aangevuld, loopt de termijn weer verder door.

De tekst van het eerste lid is in overeenstemming gebracht met die van artikel 3. Inhoudelijk is er niets veranderd. Het derde lid is toegevoegd omdat artikel 3. De wegaanlegvergunning art 2: De indieningsvereisten voor een aanvraag om een vergunning of ontheffing die onder de Wabo valt, staan in de Ministeriele regeling omgevingsrecht Mor. De algemene indieningsvereisten staan in artikel 1. De aanvrager voorziet de aanvraag van een aanduiding van de locatie van de aangevraagde activiteit of activiteiten.

De aanvrager doet bij de aanvraag een gespecificeerde opgave van de kosten van de te verrichten werkzaamheden. In Hoofdstuk 7 van de Mor staan nog bijzondere indieningsvereisten.

Daarvan zijn in het kader van de APV alleen die voor het vellen van houtopstanden van belang. Zie daarvoor de toelichting bij artikel 4: Deze bepaling is in geschrapt. De wetgever heeft in de Awb een sluitend systeem neergelegd voor de afhandeling van aanvragen: Wel moet de aanvrager de kans krijgen om de aanvraag aan te vullen.

In dat systeem past niet dat de gemeente een nieuwe reden introduceert waarmee een aanvraag buiten behandeling kan worden gelaten. In plaats van buiten behandeling laten zal een aanvraag die onredelijk laat wordt ingediend waardoor een goede beoordeling niet mogelijk is moeten worden afgewezen.

Zie in dit verband de toelichting bij artikel 1: In literatuur en jurisprudentie is men het erover eens dat de bevoegdheid tot het verbinden van voorschriften in beginsel aanwezig is in die gevallen waarin het al dan niet verlenen van die vergunning of ontheffing ter vrije beslissing staat van het beschikkende orgaan. Toch verdient het uit een oogpunt van duidelijkheid aanbeveling deze bevoegdheid uitdrukkelijk vast te leggen.

Daarbij moet ook - ten overvloede - worden aangegeven dat die voorschriften uitsluitend mogen strekken ter bescherming van de belangen in verband waarmee het vereiste van vergunning of ontheffing is gesteld. Niet-nakoming van voorschriften die aan een vergunning of ontheffing verbonden zijn, kan grond opleveren voor intrekking van de vergunning of ontheffing dan wel voor toepassing van andere administratieve sancties.

De vraag of bij niet-nakoming van vergunningsvoorschriften bestuursdwang kan worden toegepast, wordt in het algemeen bevestigend beantwoord. Het handelen in strijd met een vergunnings- of ontheffingsvoorschrift is dan immers ook verboden en levert dus een overtreding op waartegen met een last onder bestuursdwang kan worden opgetreden.

Bij vergunningen of ontheffingen die een omgevingsvergunning zijn o. De reden is dat artikel 2. Artikel 10 van de Dienstenrichtlijn bepaalt dat vergunningstelsels gebaseerd moeten zijn op criteria die ervoor zorgen dat de bevoegde instanties hun beoordelingsbevoegdheid niet op willekeurige wijze uitoefenen. Ook de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning worden verbonden, dienen hieraan te voldoen.

Zie voor wat onder dwingende reden van algemeen belang en evenredigheid wordt verstaan: Op grond van het vijfde lid van artikel 10 wordt de vergunning pas verleend nadat na een passend onderzoek is vastgesteld dat aan de vergunningvoorwaarden is voldaan.

Het derde lid zegt, dat de vergunningvoorwaarden voor een nieuwe vestiging gelijkwaardige, of gezien hun doel in wezen vergelijkbare, eisen en controles waaraan de dienstverrichter al in een andere of dezelfde lidstaat onderworpen is, niet mogen overlappen. In de APV opgenomen algemene strafbepaling artikel 6: Daardoor staat ook straf op het overtreden van aan een vergunning of ontheffing verbonden voorschriften.

Een vergunning wordt persoonlijk genoemd, als die alleen of vooral is verleend vanwege de persoon van de vergunningaanvrager diens persoonlijke kwaliteiten, zoals het bezit van een diploma of een bewijs van onbesproken levensgedrag. De persoonlijke vergunning is in beginsel niet overdraagbaar, tenzij de regeling dat uitdrukkelijk bepaalt of dit uit de aard van de vergunning voortvloeit. Een voorbeeld van een persoonsgebonden vergunning is de vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Drank- en Horecawet.

Een persoonlijke vergunning is ook de standplaatsvergunning. Dit vanwege het persoonlijke karakter van de ambulante handel en omdat het aantal aanvragen om vergunning het aantal te verlenen vergunningen meestal verre overtreft. Het zou onredelijk zijn als een standplaatsvergunning zonder meer kan worden overgedragen aan een andere terwijl een groot aantal aanvragers op de wachtlijst staat.

Als een vergunning of ontheffing zowel voor de aanvrager als voor zijn rechtsopvolger geldt, is het verstandig een voorschrift op te nemen dat de houder van de vergunning of ontheffing verplicht binnen twee weken schriftelijk te melden dat hij zijn vergunning heeft overgedragen, met vermelding van de naam en het adres van de nieuwe houder van de vergunning of ontheffing.

Voor de overdraagbaarheid van APV-vergunningen, zie: Knijff, Rechtsopvolging bij vergunningen in de gemeentepraktijk, GS , , onder 3.

De in het eerste lid genoemde intrekkings- en wijzigingsgronden hebben een facultatief karakter "kan". Het hangt van de omstandigheden af of tot intrekking of wijziging wordt overgegaan.

Zo zal niet iedere niet-nakoming van vergunningsvoorschriften leiden tot intrekking van de vergunning. Met name het rechtzekerheids- en het vertrouwensbeginsel beperken nogal eens de bevoegdheid tot wijziging en intrekking.

Als het bestuursorgaan overweegt om de vergunning of ontheffing in te trekken of te wijzigen, dient het de belanghebbenden in de gelegenheid te stellen hun bedenkingen in te dienen artikel 4: Intrekking van een vergunning vereist een zorgvuldige voorbereiding.

Als specifieke kennis bij het bestuursorgaan ontbreekt, moet advies worden ingewonnen. Zes werkdagen zijn daarvoor voldoende. Vóór juni kende de model-APV geen bepaling die een geldingsduur aangaf voor een krachtens het model verleende vergunning of ontheffing.

Vergunningvoorwaarden konden bepalen dat de vergunning of ontheffing periodiek moest worden verlengd. Het streven naar lastenvermindering voor burger en overheid en toetsing aan de Europese Dienstenrichtlijn hebben ertoe geleid in artikel 1: Artikel 11 van de Dienstenrichtlijn stelt dat vergunningen geen beperkte geldingsduur mogen hebben, tenzij: Deze procedure moet transparant en onpartijdig zijn en de verleende vergunning mag niet buitensporig lang geldig zijn, automatisch worden verlengd of enig voordeel toekennen aan de dienstverrichter wiens vergunning net is komen te vervallen.

In het bijzonder moet de geldigheidsduur zodanig worden vastgesteld dat de vrije mededinging niet in grote mate wordt belemmerd of beperkt dan nodig is met het oog op de afschrijvingen van de investeringen en een billijke vergoeding van het geïnvesteerde kapitaal.

Sommige vergunningen lenen zich uit de aard alleen voor verlening voor bepaalde tijd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een evenementenvergunning of een standplaatsvergunning voor een oliebollenkraam rond de jaarwisseling.

Zie voor de betekenis van "een dwingende reden van algemeen belang" bij de toelichting onder artikel 1: Het ligt ook daarom in de rede dat een vergunning voor onbepaalde duur blijft gelden indien de omstandigheden niet wijzigen. Pas bij gewijzigde omstandigheden dient de vergunning opnieuw te worden bezien. Ook daarbij wordt rekening gehouden met de noodzaak- en proportionaliteitseis. Bij geringe wijziging van omstandigheden die geen gevolgen hebben voor het algemeen belang, kan de vergunning niet worden gewijzigd of ingetrokken.

De noodzaak daarvoor ontbreekt. Vergunningstelsels zijn in de model-APV als volgt geformuleerd: Vergunningstelsels kenden tot vervolgens een artikellid of -leden met weigeringsgronden.

Deze werden op verschillende manier omschreven wat suggereerde dat in verschillende bepalingen materieel andere weigeringsgronden golden. Dit was meestal niet het geval. In het kader van deregulering en vermindering van administratieve lasten is kritisch naar de weigeringsgronden gekeken. We hebben ter bevordering van de systematiek en duidelijkheid binnen de model-APV ervoor gekozen om in Hoofdstuk I algemene weigeringsgronden te benoemen. In de afzonderlijke vergunningstelsels zijn de betreffende artikel led en vervallen.

Alleen als er voor een vergunning andere weigeringsgronden gelden dan de in artikel 1: In een enkel geval horecaexploitatievergunningstelsel en vergunning voor seksinrichting is van artikel 1: Tegelijkertijd met de deregulering van de vergunningstelsels van de model-APV zijn deze gescreend aan de Europese Dienstenrichtlijn. Het gaat daarbij om de volgende stelsels: Gokactiviteiten zijn van de werking van de Europese Richtlijn uitgezonderd, zodat de speelautomatenvergunning niet onder het regime valt.

Het begrip vergunningstelsel in de zin van de Dienstenrichtlijn is breder dan wij dit kennen. Daaronder vallen ook meldingsplichten. Onder vergunning verstaat de Dienstenrichtlijn immers: Hieruit volgt dat een melding wordt aangemerkt als een vergunning.

Een voorbeeld van een meldingsplicht binnen deze verordening is een eendaags klein evenement. Bij het screenen van de model-APV aan de Dienstenrichtlijn is het volgende in ogenschouw genomen. In theorie bestaan er drie verschillende regimes: In het licht van deze regimes moet worden bekeken of en in hoeverre vergunningstelsels zijn toegestaan. Er is overeenkomstig de rechtspraak van het HvJ sprake van vestiging, als er een daadwerkelijke uitoefening van een economische activiteit voor onbepaalde tijd vanuit een duurzame vestiging wordt verricht.

Aan die eis kan ook zijn voldaan als een onderneming voor een bepaalde tijd wordt opgericht of als er een gebouw wordt gehuurd van waaruit de ondernemer zijn activiteiten onderneemt. In het licht van beide regimes moet worden bekeken of een vergunningstelsel is toegestaan.

Het artikel staat vergunningstelsels toe, mits aan de volgende vereisten is voldaan:. Het begrip dwingende redenen van algemeen belang zoals bedoeld in artikel 9 is door het Hof van Justitie ontwikkeld en kan zich nog verder ontwikkelen. Dit begrip omvat de volgende gronden: De tijdelijke dienstverrichter overschrijdt de grens om in Nederland zijn dienst te verrichten, maar vestigt zich hier niet.

Hierop ziet artikel 16 van de Dienstenrichtlijn vrij verkeer van diensten. Hier gelden veel strengere criteria om een vergunnings eis te stellen:. Voor wat betreft de noodzakelijkheidseis stelt artikel 16 dan ook een strengere eis dan artikel 9;. Tenslotte zijn er de Nederlandse dienstverleners. In theorie staat de richtlijn toe dat de overheid aan een Nederlandse dienstverlener zwaardere eisen stelt dan aan een buitenlandse partij, maar dit is in de praktijk en vanuit het oogpunt van rechtsgelijkheid niet wenselijk.

Wij achten het op dezelfde gronden evenmin gewenst een onderscheid aan te brengen tussen verschillende soorten van dienstverleners tijdelijke grensoverschrijders, vestigers en dus ook Nederlandse dienstverleners. Anders zou de dienstverlener die zich vanuit een andere lidstaat hier vestigt een bevoorrechte positie hebben ten opzichte van degene die de grens overschrijdt om zijn diensten aan te bieden of beide dienstverleners ten opzichte van de eigen onderdanen.

Niet alleen de eis van het hebben van een vergunning geldt voor hen gelijkelijk, maar ook de gronden om een vergunning te weigeren zijn voor de drie categorieën aanvragers dezelfde. Daarom zijn de weigeringsgronden algemeen geformuleerd zodat ze gelden voor interne én internationale verhoudingen. Er is aangesloten bij het lichtste regime van de richtlijn artikel De richtlijn geldt niet voor het verkopen van goederen.

Dit is immers geen dienst. Ook in dit geval zou rechtsongelijkheid kunnen ontstaan doordat de verkoper niet, maar de dienstverlener wel onder de richtlijn valt. Daarom is in de model-apv geen onderscheid gemaakt tussen verkoop en dienstverlening voor wat betreft de weigeringsgronden. Enkele voorheen gehanteerde weigeringsgronden komen niet meer als zodanig voor in de richtlijn. De vraag waar deze dan wel onder vallen kan als volgt worden beantwoord:.

Vanouds is de APV een openbare orde en overlast-verordening. Ook de Dienstenrichtlijn spreekt niet over overlast. Te denken valt aan geluidsoverlast, geurhinder, overlast veroorzaakt door stof, afval e. Overlast, veroorzaakt door vuurwerk, valt eveneens onder bescherming van het milieu of zelfs gezondheid.

De verkeersveiligheid valt aan te merken als een dwingende reden van algemeen belang als bedoeld in artikel 9 rule of reason. Maar ook is er sprake van een belang dat te scharen valt onder de volksgezondheid, als het voorkomen van verkeersslachtoffers het te beschermen belang betreft. Deze gronden op grond waarvan voorheen een evenementenvergunning kon worden geweigerd, bijvoorbeeld bij het uitbreken van mond- en klauwzeer gezondheid kunnen als een belang van volksgezondheid worden aangemerkt.